Nico en Bert nog een keer samen naar de TT

0280400_Nico_en_Bert_-_2.jpg
Nico en Bert gezworen kameraden en motorsportfanaten nog een keer samen naar de TT in Assen.

OMMEN – Vaste prik: het laatste weekend van juni is Assen het episch centrum van de motorsport. De hoofdstad van Drenthe staat een weekend lang in het teken van motorisch geronk, decibellen en snelheid. Van heinde en ver reizen motorsportfanaten naar ‘het Mekka van de Motosport’ om lijfelijk aanwezig te zijn bij de Tourist Trophy, in de volksmond bekend als de TT. Onder de honderdduizenden liefhebbers Nico Poelarends en Bert Olthuis.

Twee fanatieke adepten van de racerij en het daarbij horende lawaai. Het wordt een bijzondere trip, want na jaren en jaren het motorevenement te hebben bezocht heeft Nico besloten dat het mooi is geweest. Nog een keer op pad, daarna gaat er een dikke punt achter de jaarlijkse vriendentrip. “Ik ben 76 en het wordt te zwaar voor me”, licht Nico toe. “De eerste keer dat ik heen ging was met m’n vader. Ik was nog maar een jochie van een jaar of zeven. We gingen vanuit Ommen op de fiets. Vanaf het eerste moment werd ik gegrepen door de sfeer en de sport. De jaarlijkse gang naar de TT hoorde er gewoon bij.” Bert valt z’n maat bij. “We kijken alles hoor. Er zijn van die lui die komen de camping amper af, maar wij voor alle races, in alle klassen. Door Nico z’n contacten hebben we mooie plaatsen op de tribune. We kunnen het hele parcours overzien. Maar het hele circus, ook buiten de races om is geweldig. Het is een groot feest en theater. Het kan niet gek genoeg. Ik herinner me nog dat ze met een grote katapult bevroren halve kippen weg zaten te schieten. Slaat nergens op, maar het is een grote vrijstaat, hoewel het de laatste jaren wel strakker en strenger is geworden qua organisatie en controle.” En dan tegen z’n maat: “Weet je nog Nico, toen je een tray bier door de controle heb gesmokkeld.” Nico begint te ondeugend grinniken. “Het was net of-ie een bochel had. Z’n zakken werden gecontroleerd, maar hij liep zo door met het bier op z’n rug.”

Kwajongens

En zo dat dan gaat met kerels onder elkaar, het worden weer even kwajongens. Maar hoe leuk en gezellig het soms ook was op de camping. “Niet altijd hoor”, nuanceert Nico. “Ik heb ook wel es vechtpartijen gezien. Daar word je niet vrolijk van. Gelukkig waren dat door de tijd heen uitzonderingen. Van z’n eerste tot de laatste TT, bijna zeventig keer, het is uniek. Alle belevenissen. Je zou er een boek van kunnen schrijven. Nico ging lange tijd richting Assen met een clubje zwagers en vrienden, maar zo dat dan gaat, het groepje dunde uit. Vanwege verminderde interesses, verhuizing, leeftijd, sterfte, een ander bestedingspatroon, als echte fanaticus bleef Poelarends als enige over van zijn gezelschap. Olthuis was eveneens elk jaar present in Assen. De twee vonden elkaar op het werk in Zwolle, bij Scania. De interesses voor voetbal en de motorsport hadden ze gemeen. Ergens in de beginjaren 90 van de vorige eeuw trokken de wederzijdse, inmiddels uitgedunde vriendengroepen met elkaar op. Elk jaar was het ‘Nico regelt de kaarten’, Bert zorgt voor ‘tent en vervoer’. De afvalrace ging onverminderd door . Tot uiteindelijk twee sleutelfiguren overbleven, Nico en Bert.
“We bezoeken trouwens meer races”, vertelt Nico. “Maar de TT is speciaal.” Met verwachting en gezond chauvinisme wordt in Assen uitgekeken naar de verrichtingen van de jonkies Collin Feijer en Zonta van den Goorberch. Zo in het verleden (vroege jaren 90 van vorige eeuw) werd uitgezien naar de race van Wilco Zeelenberg. In Giacomo Agostini vonden de twee motorfanaten een gezamenlijke held. Niet Valentino Rossi, doet de verslaggever een vermetele poging. Het “ja.., nou ja…”, uit de mond van Olthuis zegt in deze meer dan een duizendwoordenlange verhandeling. Nico zwijgt en trekt een grimas. ‘The Doctor’ doet hem niet van kleur verschieten en met nummer 46 heeft hij weinig tot niks, zoveel is duidelijk.

Bijzonder fenomeen

Op moment van spreken is de TT aanstaande, op moment van het verschijnen van dit huis-aan-huisorgaan is alle commotie in Assen alweer achter de rug. Dat was het dan voor Nico, meer dan een halve eeuw toeschouwer in Assen. Zelf heeft hij nooit een motor gehad en dat is gezien z’n onstuimige karakter misschien maar beter ook. “Nico was op ’t werk ook altijd van roppen en aanpakken. Alles met donders geweld”, bevestigt Bert met een veelzeggende grijns om de mond. “Ik weet niet of dat wel goed was gegaan.” “Ik had er best een willen hebben”, zegt Nico. “Het is er alleen nooit van gekomen. Onze zoon is gehandicapt, dus we hadden aangepast vervoer. Je kunt je geld maar een keer besteden en mijn zoon ging altijd voor.” Twee in Ommen geboren en getogen – of nee, herstel, niet getogen, Nico woonde lange tijd in Balkbrug en Vinkenbuurt – nog een keer samen naar de TT. De zin is onverminderd, de interesse blijft, maar voor 70-plussser Nico wordt een heel weekend geronk, drukte, weinig slaap, slecht eten, kortom ‘volledig uit patroon’ wat te veel. “Ik word ouder en trek het niet meer”, is zijn veelzeggende reactie. Ach ja, mannenvriendschappen; ouwehoeren, zeuren en klieren met een biertje in aanslag, ongeacht of ze nu naar de voetbal gaan, op een hengeltrip zijn of jaarlijks de TT met een bezoek vereren, het blijft een bijzonder fenomeen.

Tekst/Foto: Willem Lampe

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.