Lampie: Waaghalzerij

0280771_Waaghalzerij_-_2.jpg

Als jochies voetbalden we urenlang op een kaal getrapt buurtveldje. Er was er altijd wel iemand die een bal bij zich had. Vervolgens was het poten en kiezen wie je in de ploeg wilde hebben. Omdat ik aardig uit de voeten kon met een bal, werd ik doorgaans snel gekozen. Opgestapelde jassen deden dienst als doelpalen. Niet echt duidelijk en dat leverde geregeld een dispuut op; wel op geen doelpunt. Vooral als het partijtje ten einde liep en het de winnende goal betrof. Gewoontegetrouw nam je de gedaante aan van een voetbalheld. Ik wilde Cruijff zijn, maar dat werd Sjakie Swart, vanwege mijn donkere kuif, inmiddels Scandinavisch blond (een eufemisme voor duifgrijs). De late jaren 60 van de vorige eeuw. Het waren de hoogtijdagen van Real Madrid, de abonneewinnaar van de Europacup. Ik vocht veldslagen uit met vergeten Madrileense voetbalhelden als Puskàs, Amancio of Gento. Of Eusébio, de Parel van Mozambique. Of George Best, ‘de vijfde Beatle’. Of Pelé, ‘de Goddelijke Kanarie’.

Uren achtereen een balletje trappen, tot de duisternis inviel. Ten koste van alles willen winnen. Scheldpartijen, ruzie en kleerscheuren; het was geregeld aan de orde. Thuis de schade bekijken. In het gunstigste geval bleef het bij een smerige broek, maar geregeld was die kapot of besmeurd omdat je door de hondenpoep was gegleden. Of je had een tand door de lip, nadat je met je kop tegen dat van een maatje was geklapt of na een tackle tegen de grond was gestuiterd. Hartje zomer waande je je Jan Janssen of Eddy Merckx. Aan het eind van de straat woonde een oud ijzerhandelaar. Die organiseerde zittend voor z’n huis uit de losse pols wielerwedstrijden. Flesje biertje erbij. Sigaar in de snufferd. Drie rondje om ’t blok, een gulden voor de winnaar. Het heeft me geen cent opgeleverd, ondanks dat ik m’n stinkende best deed. Ik gooi het maar op de fiets. Geld was er niet, dus ik reed op een tweedehands rammelbak. Nog steeds trouwens. Maakt niet uit.

Mijn gammele Sparta brengt me overal. Zelfs naar het Bostheater. Een pittige klim, waarbij ik vanaf de vierde versnelling trapsgewijs moet terugschakelen naar de een om de top te halen – ach ja, je wordt ouder papa. Zowel de bolletjestrui als de gele trui waren voor mij nooit weggelegd. Ik maakte deel uit van het leger talentloze pedaleurs. Dat besef ontbreekt bij veel amateurtrappers. Als jochie fantaseren over de helden die jouw stoutste dromen hebben waargemaakt, oké, maar als volwassen kerels dit doen wordt het een beetje sneu. Beentjes scheren, kekke wielerschoentjes, strak wielershirtje, prima, zolang het niet tot verdwazing leidt. Als nepwielrenners zich koning op de weg wanen en menen boven de wet en de verkeersregels te staan gaat het mis. Als bij de Vechtbrug fietsers voorrang moeten geven, geldt dit ook voor wielrenners, maar die knallen rustig tussen de auto’s door, blind vertrouwend op de engelbewaarder. Stoppen is geen optie. Och, och, och, kom tot bezinning en laat de waaghalzerij over aan duvelstoejagers als Primoz, Pogi en Jonas.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.