Lampie: Spaghettivreter

0279920_Spaghettivreter_-_2.jpg

Ik weet het. Bij de Varsenerpoort mag je niet fietsen, maar ik trapte op wandeltempo. Echt. Viel nog net niet om. Bocht om bij de Pearle en daar stond-ie. In de deuropening van z’n zaak. Tenminste…, ja toch, ja, het was ‘m! Ik had het scherp op het netvlies en hoefde niet bij Pearle naar binnen voor een nieuwe bril. De eigenaar van restaurant La Doce Vita. “Hé mooie Mario”, riep ik, maar werd niet gehoord. Misschien had-ie niet door dat mijn geblèr tegen hem bedoeld was. Hij heet immers geen Mario, maar heeft een moeilijkere voornaam. Niet iets gewoons, zoals Rikus, Bertus of Mans, maar ja, een Italiaan hè. Dan ligt Luigi, Lorenzo of Rico meer voor de hand. Maar zelfs dat niet. De baas van het Italiaanse eethuis heet Sjiekienjoo of zo, maar dat is zo je het uitspreekt, dus even naar google. Oké…, Gioachino dus. Achternaam Giarratana. Ingewikkeld. Dat onthoudt geen mens. We houden het op Gio.

Heb ‘m al een tijd niet gesproken. Lang geleden dat ik in z’n tent heb zitten schransen. Was altijd prima. Pizza’s zo groot als een verkeersbord. Dat je denkt: die krijg ik nooit op, maar vervolgens was het al smikkelend ‘buik vol, bord leeg’. Prima gastheer. Kwam altijd even langs voor een praatje. Nooit opdringerig, altijd belangstellend. Of je nog een cappuccino wilde, ‘van de zaak’. Heb ik me al zo lang niet meer in z’n eettent laten zien dat-ie me niet meer herkende? Of wordt-ie misschien hardhorend? Ook voor hem gaan de jaren tellen. Of nee, dat is het, wellicht voelde hij zich niet aangesproken omdat ik ‘Mario’ riep. Zo heet-ie immers niet. Ik kijk ook niet om als iemand ‘hé Gait’ loopt te schetteren. Je voelde je altijd welkom in zijn tent. En dat terwijl ik het niet heb op Italianen. Komt door het voetbal. ‘Catenaccio’, het klinkt verleidelijk, maar het staat voor defensief afbraakvoetbal. Johan Cruijff zei het al ‘van Italianen kun je niet winnen, alleen verliezen’. Je hebt continu balbezit, krijgt meer kansen , hebt een overwicht, maar na negentig minuten rennen, vliegen en opstaan winnen die spaghettivreters.
Maar ere wie ere toekomt, Italianen zijn grootmeesters in ijs maken, pizza’s bakken en pasta’s bereiden. En dan bedoel ik niet ‘Hollandse macaroni’, geprepareerd met de heilige drie-eenheid tomatenketchup, kaas en die troep die een hond nog niet wil vreten, Smac.

Verder zijn Italianen modebewust en je kunt er gelukzalige vakanties beleven. Ik had een collega die elk jaar naar Lago Magiore ging. Hij was er lijp van. “Als je een keer geweest bent, kom je elk jaar terug!” Ja…, dat risico wilde ik niet nemen. Elke zomer zo’n klere-eind jagen. Maar goed, we hebben een kleine Italiaan in ons midden. M’n kleinzoon heeft een trainingspak van de Italiaanse topclub Juventus en is een slechte eter, behalve als er spaghetti op het menu staat. Het joch bunkert, of nee, slurpt zo een bord weg. Tot tevredenheid van opa. “Je bent in het verkeerde land geboren, kleine spaghettivreter!”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.