Lampie: Lief moedertje

0277946_Lampie2.jpg

De vrouw is op reis. Alleen. De grens over. Naar Duitsland. Tanken in Emlichheim. En gelijk shag scoren. Schijnt aardig wat pegels te schelen. Ze kan beter stoppen met paffen, dat scheelt nog meer, maar mijn vrees is dat stoppen met roken gepaard gaat met stoppen met ademhalen. Dat is niet de bedoeling, dus paf maar door. Niemand thuis. Of toch, want ik zit te babbelen. Met m’n moeder. “Nou moe, ee’m noar de voe’bal.” Een vette knipoog, terwijl ik mezelf in m’n jackie wurm. De vrouw die me het leven schonk lacht. Toegenegen. Een eeuwige glimlach. Vanaf haar portret. Dat is wat van haar over is. Een foto. En herinneringen natuurlijk. Goede herinneringen. Zondag is het Moederdag, maar op de valreep een bos bloemen kopen of haar meenemen voor een happie hoeft niet meer. Op de automatische piloot naar de Kop van Overijssel is niet meer nodig.

Ik hoop dat ze op de plaats is waar ze heilig van overtuigd was dat die bestond, de hemel. Daar ben ik allerminst zeker van, maar mocht die bestaan, dan zit ze daar. Zeker weten! Ben niet de enige die haar dat toewenst. Ooit schonk ze koffie voor theaterbezoekers. Daar was een kerel via de sociale dienst min of meer tewerkgesteld, genaamd Henkie. Hij werd bestempeld als ‘een beroepswerkloze’. Henkie wilde alles wel doen, als-ie maar niet hoefde te werken. Daar maakte hij geen geheim van, wel gein, die niet altijd door iedereen gewaardeerd werd. Hij had niet de lichaamsbouw om te werken, beweerde hij zonder blikken of blozen. En hij wist dat van werken nog nooit iemand was doodgegaan, maar wilde niet de eerste zijn. Bovendien leed Henkie aan chronische vermoeidheid en had naar eigen zeggen minstens tien uur slaap per dag nodig. Of zijn dagelijkse lurken aan pretsigaretten daar debet aan was, zeg het maar.

Hoe dan ook, hij werd door de sociale dienst naar de sporthal annex theatergebouw gedirigeerd om zich nuttig te maken. Daar aanschouwde hij hoofdschuddend en leunend op de zwabber zwetende volleyballers en badmintonners. Hij werd door het personeel grotendeels genegeerd, maar mijn moeder gaf hem wel aandacht. Vroeg of-ie wel goed at, want hij was zo mager en zag zo bleek. Soms gaf ze hem mandarijntjes of een banaan. Ook extra koekjes bij de koffie. Henkie was een ergernis voor zijn collega’s. Hij liep er onverzorgd bij en had vermoedelijk vrees voor kappers. Hoewel hij onverschillig overkwam, tegenwoordig noemen ze dat autistisch, vergeet ik nooit een les die ik van ‘m kreeg. “Denk je aan Moederdag? Koop je een bloemetje voor haar, het is zo’n lief vrouwtje.” “Zeker”, antwoordde ik, “Jij toch ook. Iedereen vindt z’n moeder de liefste van de wereld toch?” Op dat moment pakte Henkie me beet en keek me diep in de ogen. “Jochie, je weet niet half hoe je boft. Jouw moeder is veel liever dan de mijne.” Het voorval is van meer dan een halve eeuw geleden, vergeten doe ik het nooit…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.