Lampie: Piratenmuziek

0276948_Piratenmuziek_-_4.jpg

Droog. Eindelijk. Hup, naar buiten. Frisse lucht happen. Even de dijk op, langs het kanaal. Nabij de stuw hoor ik plots kabaal. Piratenmuziek. Drie opgeschoten knapen op de fiets klieren met twee giechelende bakvisjes. Niet op een foute manier, het is een spel van aantrekken en afstoten. Zogenaamd geen interesse, maar ondertussen. Bij het bankje achter het vallende water stapt het spul af. De beugelbekkies nemen plaats op de zitbank, de slungels staan ervoor, het stalen ros tussen de stelten. Drie om twee, een knulletje krijgt straks geen kusje, spookt het door mijn hoofd, als traditioneel denker. Uit de soundbox van het langste joch, met schuiten van werklaarzen, ik schat maatje 47 met pijn, kweelt Henk Wijngaard ‘Het zwarte asfalt, glijdt onder mij door/En als de nacht valt, volg ik zijn spoor/Het zwarte asfalt, maakt mij niet moe’. Een van de deerns springt van het bankje en begint te prutsen aan die herriebak. Het apparaat tot kalmte manen is mijn eerste gedachte, maar nee, paar tandjes erbij op. Leve de hightech.

Mijn generatie was al blij als een van je maten een transistorradiootje mee had naar het zwembad. Overigens bivakkeerde ik meer op de zonnewei, dan in het water. Ben nooit een waterrat geweest, maar soms, als de meiden wat al te aanhalig werden, moest je het bad wel in. Laten we het houden op een afkoelingsduik, ga ik verder niet uitleggen. Iets met opspelende hormonen. Ter zake. Henk Wijngaard…, jongelui…, kan het niet rijmen. Om even terug te gaan naar mijn jonge jaren, natuurlijk had je ook toen artiesten die zongen in het Nederlands. Nico Haak, Vader Abraham en Heintje Simons, met ‘Mama, je bent de liefste van de hele wereld’. Daar kon je echt niet mee aankomen. Was niet stoer. Echt, als ik mijn maten had gezegd fan te zijn van de Corry en de Rekels, al was het voor de gein, dat was een persoonlijke faillietverklaring. Dan was je niet oké. Niets ernstig, maar zoiets als een vrijgezelle kerel, die vijf poezen…, of nee geen poezen, doe maar katten in huis heeft. Je weet dat er wat mis is, maar je kunt er niet exact de vinger op leggen.

Pink Floyd moest het zijn. Mijn voorkeur voor Led Zeppelin was al dubieus. Niet dat ik daarom uit de scene werd gekickt, het werd gezien als schoonheidsfoutje. Altijd een favoriet genootschap gebleven, Robert Plant en z’n maatjes. Ik weet nog hoe verrukt ik enkele jaren opkeek toen bij McDonald’s een jong deerntje met shirt en bandlogo binnenwandelde. Er is nog hoop, schoot het door mijn raap. “Wereldband, of niet”, sprak ik en stak mijn duim omhoog. Een ontluisterend antwoord. “Geen idee, ik vind het gewoon een mooi shirt.” Op de bank wordt Henk Wijngaard afgelost door de Dutch Boys – Engelstalige bandnaam voor een dialectband, hoezo? – ‘Heb jij mien zwien ook zien, ik ben ‘m kwiet/Ik ben zo bang dat de jager op ‘m schiet’. De huidige jeugd en hun muzieksmaak…, schiet mij maar lek…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.