Jan Woelders (70) maakt gedichten in Vechtdaldialect

0272193_Jan.jpg

‘Wat döt dat toch met mèns’n…’

OMMEN – ‘Alle Vechtdallers van dizze tied, hoaldt d’eigen dialect in eere. Wel oen best doon da-j Hollaands kunt, mar ’t eign dialect nie verleer’n.’ Deze regels schreef Ommenaar Jan Woelders voorin de dichtbundel ‘Ik bin een Vechtdaller,’ die hij vorig jaar maakte. Het is zijn debuut. (‘Maar ik ben geen dichter hoor, ik ben een hobbyist’).

In Vechtdaldialect (samen met het Sallands en het Twents één van de drie dialecten die volgens hem op het Saksisch zijn gebaseerd) verwoordt Jan in de bundel wat er om hem heen gebeurt. En is hij meteen ook een goede ambassadeur van de Saksische streektaal. “Ik ben er trots op dat ik dialect kan spreken en er mee groot gebracht ben. Je moet wel fatsoenlijk Nederlands kunnen, maar het dialect moeten we niet vergeten,” vindt hij. Jan is nog niet zo lang aan het dichten. Kwam hij in vroeger tijden slechts aan met bestaande plagerige rijmpjes als: ‘As de zunne schient’ uut ’t West’n, warkt de luien op hun best’n’, (vergezeld van een daverende lach), tegenwoordig lijkt de voormalige mallenbouwer bij Pacton de zelfgemaakte gedichten gewoon uit zijn mouw te schudden. Hij is 70, woont in Oldenhaghen en heeft er nu ook wel meer tijd voor.

Jan: “Ik bin een hobbyist. Ik bin zo as ik binne en ik verwoord het zo as ik denk. Ik heb geen eigenbelang bij de gedichten. Wat ik mooi vind, is dat het mensen wat doet. Dat je mensen er een plezier mee doet. Dat ze er over na kunnen denken. Vaak zit er wel een boodschap in een gedicht van mij.”

Breder uitdragen

Een jaar geleden rolde Jan er min of meer in. “Ik kwam in contact met Jan Koggel. Hij draagt gedichten voor in bijvoorbeeld De Hoekstee, Het Baken of het Hervormd Centrum. Ik bood aan om zijn handgeschreven gedichten te digitaliseren. Dan kan het breder uitgedragen worden. Ik heb de gedichten allemaal voor hem uitgetypt en in mapjes gedaan. Een tijd later werd ik benaderd door iemand van Vechtdal TV. Of ik – als lid van de cliëntenraad van Oldenhaghen – iemand wist om gedichten voor te dragen, in verband met dialectmaand in maart dat jaar. Omdat ze niemand konden vinden, vroegen ze uiteindelijk of het niet iets voor mij was. “Och, ik kan het wel een keer proberen”, dacht ik. “Als proef moest ik een paar gedichten voordragen en de redacteur vond dat het perfect ging. Daarna heb ik in de studio in de Carrousel 32 door mij verzamelde gedichten voorgedragen. Achter elkaar door, in twee middagen. Er zaten ook een paar gedichten van Henk van de Veen tussen, een oud-hoofdonderwijzer uit Raalte. In Saksisch dialect.”

Van het één kwam het ander. Jan probeerde zelf ook eens wat op papier te krijgen. Dat ging hem niet zo moeilijk af. Het ene na het andere gedicht ontstond. “Het is een proces,” vertelt hij. “Het gaat niet in één keer, maar stap voor stap. Je zet een paar zinnen op papier en loopt er eens bij weg. Je gaat er een beetje op broeden en bedenkt er wat bij. Dan kom je in een flow terecht en heb je het zo op papier.”

Uitlaatklep

De gedichten gaan over ‘Drökte’, ‘Vrögger’, ‘De legpuzzel van mien leem’, of bijvoorbeeld ‘Wat ie in oew harte bewaart.’ Jan merkte dat hij zijn gevoel kwijt kon in zijn gedichten. Dat het ook een uitlaatklep is. De gedichten worden enthousiast ontvangen door het publiek. “Ik maakte een gedicht over de Ommer Bissingh en stuurde dat in. Het bestuur vond het mooi en vroeg mij om het op het Vechtpodium voor te dragen, bij de sluiting van de Bissingh afgelopen jaar. Ik kreeg een geweldig applaus en dan denk ik: “Dat mensen dat mooi vinden…” Toen de gemeente Ommen een feest organiseerde in verband met 775 jaar stadsrechten, droeg Jan tijdens het ontbijt een gedicht voor. “Dat werd bijzonder positief ontvangen,” zegt hij. “In Oldenhaghen las ik ook een keer een gedicht voor. Sommigen hadden tranen in de ogen. “Wat döt dat toch met mèns’n”, dacht ik. Dat vind ik toch wel machtig bijzonder, hoor.” Regelmatig staan Jan’s gedichten in het kerkblad De Rondommer. En ook op social media: op Instagram en bijvoorbeeld in de Facebookgroep Nedersaksisch/plattdüütsch.

Momenteel wordt zijn tweede dichtbundel al gedrukt en is hij aan het maken van een derde toe. Jan is verwonderd en dankbaar. “Hier in Oldenhaghen word ik ontzorgd. Mijn hoofd is leeg, ik heb geen zorgen. Dankzij de fantástische 24-uurs langdurige zorg die ik hier krijg, kan ik in alle rust mijn gedichten maken.”

Gedichtenbundel ‘Ik bin een Vechtdaller’ van Jan Woelders ligt te koop à 3,50 euro bij de ingang van Oldenhaghen of zijn eventueel bij hem te bestellen via email: jan.woelders1953@gmail.com. De opbrengst van de bundel gaat naar activiteiten in Oldenhaghen. Ook reacties zijn welkom via e-mail.


 

Ik bin een Vechtdaller

Ik bin bliede te woon’n in oos mooie Vechtdal

Doar zie-j de grûne weide en bos’n echt overal

Woar ok de boer zich nog druk maakt over de natuur

Saam met de inwoners, en loate wie nie verget’n de cultuur

En een Vechtdaller prut nie vulle, moar is wè oprecht

Wat’n Vechtdaller zeg, dat meente ok echt

Ma met mekare make wie ök zo graag vulle lol

En joa, wie goat manks wel is ut ônse bol

Veur ooze noast’n zulle wie deur vuur goan

Een echte Vechtdaller zal oe nooit allennig loat’n stoan

Ik ben trots dak’n een Vechtdaller binne

In oos Vechtdal hebbe wie’t merakel noar de zinne

Want het Vechtdal is oos dierbaar, vandoar

Want, ik bin ’n echte Vechtdaller, echt woar

(Jan Woelders)

 

 

 

Tekst/Foto: Gea Slotman

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.