Lampie: De Ziel

0270034_De_Ziel.jpg

De Ziel. In verstild Varsen. Ooit stond hier een boerderijtje. Bewoond door Mans, een keuterboertje. Hij woonde er in z’n eentje, nadat z’n vrouw Marry was overleden. Beide dochters hadden het ouderlijk huis lang geleden verlaten. De oudste zat in het westen. Mans zag haar nooit. Ze had een drukke baan als directiesecretaresse en was haar vader vergeten. Mans zat er niet mee. Dat arrogante kreng had het hoog in d’r bol. Na het heengaan van Marry was het contact verwaterd. Af en toe kreeg-ie een telefoontje. Dan vroeg ze hoe het was. Het enige dat Mans zei was ‘alles oké’. Een geforceerd kletspraatje. De oudste meid had altijd beter met Marry gekund dan met hem. Haar idee om de boerderij te verkopen en een huisje te huren in Ommen had hun verstandhouding doen dalen tot ver beneden het vriespunt. ‘Ik ben hier geboren en ga hier dood, klaar’, liet Mans geen centimeter ruimte.
Met z’n jongste dochter kon-ie beter. Alleen was ze getrouwd met een eikel van een vent. Als ‘de luie’ doodging was z’n schoonzoon de opvolger, had Mans zich in een beschonken bui laten ontvallen – drank maar meer kapot dan je lief is. Het was de laatste keer dat-ie hem zag. Eigen schuld, maar ja, te trots om ‘sorry’ te zeggen. Eens in de zoveel tijd kwam z’n jongste langs. Met haar jochies. Mans zag met het verstrijken der jaren het contact met z’n kleinzoontjes verpieteren. Hij probeerde het wel. Haalde cola en chips in huis, maar kreeg te horen dat dit ongezond was. Hij probeerde een leuke opa te zijn. ‘Helpen jullie mee de kippen voeren?’ Het antwoord was nee. Ze bleven liever op de bank met hun spelcomputer. Na een uurtje begonnen ze te zaniken, ‘wanneer gaan we naar huis?’ ‘Rot direct maar op’, had-ie zich laten ontvallen. ‘Ik laat ze voortaan wel thuis’, stelde z’n dochter grimmig. ‘Prima’, mopperde Mans. Hij wist dat-ie beter ‘sorry’ had kunnen zeggen, maar kon het eenvoudigweg niet uit zijn strot krijgen. ‘Iedereen keert zich van je af”, beet z’n dochter hem toe bij vertrek.
Hij staarde naar buiten. Het liep tegen de kerstdagen. De duisternis viel vroeg in. Bijna etenstijd, maar hij had geen trek. Straks maar een boterhammetje smeren dacht-ie. Een geeuw. Buiten geselde de regen het kleine boerderijtje. De wind liet het tuinhekje klapperen. Plots hoorde hij zijn naam fluisteren. Een stem uit het verleden. Uit de slaapkamer. Verward stiefelde Mans op het geluid af. “Marry…, dat kan toch niet?” Daar lag ze. In bed. In een spierwit gewaad. Ze glimlachte en wenkte. “Eindelijk, daar ben je”, mompelde Mans en klemde haar stevig in de armen. “Kom we gaan”, hoorde hij zacht in z’n oor fluisteren. Kerstavond. Mans nam de telefoon niet op. Z’n dochter vertrouwde het niet, besloot een kijkje te nemen en vond haar vader levenloos in bed, het hoofdkussen met beide armen strak omklemd. Een lekke band op de Ziel, met een gedwongen wandelpartij tot gevolg, doet veel met mijn fantasie…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.