Lampie: Spraakverwarring

0264669_losloopveld.jpg
.

Ik kuier graag een eindje over de dijk langs het kanaal, dat gezapig van Dedemsvaart naar Ommen kabbelt. Veel hondenbezitters frutselen hier hun viervoeter van de lijn. Dat is gepermitteerd. Twee groene bordjes met de tekst ‘losloopveld’ maken duidelijk dat keffertjes daartussen vrij mogen spelen, rennen en ravotten. Er wordt volkomen terecht dankbaar gebruik van gemaakt. Maar je kunt er wel van schrikken als argeloze wandelaar. Niet zozeer van de hond, als wel van het baasje. In dit geval een al wat oudere vrouw, met het haar op zolder, zo’n opgerold bolletje dat op haar kruin rustte. “Maya, hier! Kom. Nu”, gilde ze. Tevergeefs. “Af. Zit.” Maya sloeg al haar commando’s in de wind en stoof op me af. Het voert te ver om mezelf een hondenkenner te noemen, maar ik zag dat Maya geen kwaad in de zin had. Ze was slechts enthousiast. Eigenlijk overenthousiast. Het speelse dier deed me denken aan m’n vrouw, zo’n 42 jaar terug, toen ik haar in een overmoedige bui ten huwelijk vroeg.

Ik streelde Maya’s krullenbolletje en probeerde haar onder de boodschap ‘braaf’ tot kalmte te manen. Tevergeefs. Het was zondag, maar ik had gelukkig niet mijn zondagse pak aan. Sterker nog: ik heb helemaal geen zondags pak, maar dit terzijde. De vrouw begon te foeteren. “Foei Maya.” Er volgde een verontschuldiging, “sorry, ze is zo onstuimig.” “Waarom heet ze Maya en geen Noa”, vroeg ik gekscherend. De vrouw keek me niet-begrijpend aan. Ik zag de vraagtekens bij wijze van spreken uit haar bolletje rijzen. “Die hond lijkt op Noa”, besloot ik tot het geven van nadere uitleg. “Noa Lang, de voetballer…” De hond had net als dat bravouremannetje van PSV van die schapenkrulletjes op z’n kop. Kansloze missie. Had het kunnen weten. “Eh…, het is een Labradoodle”, verklaarde de vrouw. We spraken langs elkaar heen, zoveel was duidelijk. “Ze zit op cursus, maar moet nog veel leren”, gooide ze het keuveltje over een andere boeg. “Gelukkig bent u een hondenliefhebber.”

“Nou, hangt ervan af hoor”, nuanceerde ik haar conclusie, met in het achterhoofd al die verwende keffende dwergen en kwijlende reuzen. En ja hoor, op moment dat Noa…, excuus Maya de aandacht verlegde naar haar verzorgster sprak ze meest verneukeratieve cliché dat er bestaat. “Als je de mensen leert kennen, ga je van de beesten houden.” “Beesten”, herhaalde ik quasi-verbaast, “u bedoelt dieren?” “Ja, dat zei ik toch?” “Nee, u zei beesten, geen dieren.” “Nou ja, dat is hetzelfde. Ik hou van dieren.” Niet om moeilijk te doen, maar ik kon niet met haar instemmen. Dacht aan steenmarters, die aan de leidingen van de auto knagen, muizen die in de schuur poepjes achterlaten, slakken die mijn Hosta’s veranderen in gatenplanten en de buxusmot, die mijn haag kaal hebben gevreten. “Ik niet”, debiteerde ik, maar kreeg geen kans om me nader te verklaren. Het ongemakkelijke gebabbel werd resoluut afgekapt. “Kom Maya”, zei ze met een zuinig mondje. “We gaan verder.” De dame en ik, we spraken dezelfde taal, maar begrepen elkaar niet…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.