Lampie: Kappersbezoek

0254793_kapper.jpg
.

 

Jaartje terug. Een mooie lentedag. Ik fietste door de Gasthuisstraat en werd nageroepen door Wilco Buter. De kapper had op dat moment even geen klandizie en was de frisse lucht ingedoken. Niet dat het in zijn kapperszaak onfris is overigens, het is maar een manier van spreken. “Hé Lampie.” “Hallo, niks te doen?” “Op moment niet.” “Kun je mij fatsoeneren? De hond van de buren begint tegen me te blaffen.” Sloeg nergens op, de buren hebben helemaal geen hond. Wilde alleen duidelijk maken dat er dringend gesnoeid moest worden. Niet in de tuin. Ja, dat ook wel, maar daar ging het even niet om, ik bedoelde mijn haardos. Het kon. Even later nam ik plaats in de stoel. De kappersstoel welteverstaan, niet de elektrische. Toch voel je je overgeleverd aan de goden. Of goden…, aan Wilco. Crêpepapier om de nek en met een zwierig gebaar werd een zwarte cape om me heen gedrapeerd.

“Ik moet eigenlijk iets voor mezelf doen”, bekende de barbier. “Maar dat doe ik straks wel.” Het ging waarschijnlijk om iets dat zich normaal gesproken afspeelt in de beslotenheid van het toilet – deze kwestie terzijde. De plantenspuit ter hand. Ogen dicht. Kam door de takkenbos en ampel beraad. “Wat moet het worden?” “Bovenop er wat bij en aan de zijkanten uitdunnen.” “Bovenop erbij gaat niet”, antwoordde de barbier quasi serieus. Hij had een schaar, geen toverstaf. Of eh…, hij heeft wel een stafje, maar die kent maar een truc. Op de radio klassieke muziek. De dirigent bracht vaart en vuur in de muziek. “Mooi hè”, opperde de kapper, onderwijl de plukken die tussen wijs- en middelvinger uitstaken wegknippend. “Als je raadt van wie dit meesterwerk is, knip ik je gratis.” “Beethoven?” Een gok. Een van de weinige componisten die ik ken. Alleen van naam overigens. Als vroeger bij pim-pam-pet de wijzer op de B viel had ik antwoord op de vraag ‘Welke componist ken je?’

Meer componisten ken ik niet. Of nee, de M had ook gekund. Mozart. Verder niet. Zit meer in de lichte muziek. Hippieband met een C? Crosby, Stills, Nash & Young. ‘Almost cut my hair!’ Kappers waren vijanden in de seventies. Als-ie dat nou gevraagd had, had ik de portemonnee niet hoeven trekken. Maar Wilco is niet gek. Die wil centen zien als-ie me gefatsoeneerd heeft. Terecht. Het was Brahms overigens. “Algemene ontwikkeling”, stak Wilco me de gek aan. En o ja, of mijn linkeroor gevoelig was. De schelp werd rood als zijn schaar het orgaan aantikte. Gevoelig? In elk geval niet erotisch gevoelig. Maak het maar af. Iets lichter in de portemonnee, maar met een fris koppie weer op de keet an. “Zóóó, wat ben jij opgeknapt”, zei mijn vrouw en keek me schalks aan. Ach ja, met de kapper, de fietsenmaker en de dokter heb ik liefst zo weinig mogelijk van doen. Kost geld, of de gezondheid is in geding. O ja, en de deurwaarder niet te vergeten. Als die met een dwangbevel aanbelt word je pas echt gekortwiekt…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.