Lampie: Wandelevangelie

0246099_wandelschoenen_3.jpg
.

‘De paháháááden op, de laháhááánen in, vooruit met flinke pas.’ Het lijflied van de stoere wandelaar. Zoiets was dat toch? ‘Van je hela hola houdt er de moed maar in, houd er de moed maar in, houd er de moed maar in’, en daarna opnieuw. En opnieuw. Met frisse blik, ferme tred en kloeke pas de frisse lucht in. Ik wandel graag. Maar een kilometervreter kun je me met de beste wil van de wereld niet noemen. Het is meer slenteren. De Vierdaagse van Nijmegen? Hou op. Moet er niet aan denken. Beetje dom achter elkaar aansjouwen. Te ver. Te massaal en die tulpen bij aankomst kunnen me gestolen worden. “Rot op met dat verlepte groen, doe me maar een biertje.” Dat massale is niks voor mij. Kuier graag in m’n uppie. Alleen met mijn gedachten. Liefst als de wereld nog niet is ontwaakt. Of in sluimertoestand bivakkeert. Genietend van de rust. De stilte. De vogels. Met de handen in de broekzak hou ik halt bij twee droef ogende corpulente pony’s met bruine tanden. Aai over het bolletje en weer door.
Slof, slof, slof. Geen gezweet. Geen gepuf. Het moet geen martelgang worden. Een kunstheup volstaat. Mede daardoor is de gang er uit. Of ben ik te voorzichtig? Ontzie ik mezelf teveel? Toch maar werk van maken en aansluiten bij de wandelgroep van de Reigerstraat? De Wandelende Reigers. Onverschrokken drentelaars. Vast wel gezellig. Overbuurman Geert nodigde me uit. “Loop maar es mee.” Maar ik heb schroom. Kijk ze gaan, mijn koene, dapp’re buurtgenoten. Borst vooruit. Neus in de wind. Geblokte wandelschoenen aan de voeten. Robuuste bruine stampers die tegen een stootje kunnen, maar waarmee je op de dansvloer of in de gymzaal niets te zoeken hebt. Dat professionele schoeisel jaagt me schrik aan. Ben meer van het sjokken, dan van het marcheren. Een eindje stiefelen naar de stad oké, maar dan toch wel even op de plaats rust. Zo kan ie wel weer. Koffie lebberen op terras. Appelpunt erbij. Op het gevaar af dat het wat al te gezellig wordt en je geen zin meer hebt om in de benen komen. “Gaan we heen, of nemen we er nog een?”
Klopt, heeft met zelfdiscipline te maken, maar ik ben gevoelig voor gezelligheid. Bovendien val ik uit de toon, op mijn Adidas-sneakers van vijf tientjes. Je moet toch een paar dure Lowa’s of Meindl’s aan de voetjes hebben, wil je serieus genomen worden als wandelaar. Aan de andere kant: ken mezelf, als ik de kop ervoor gooi, zet ik door. Afhaken komt niet in mijn woordenboek voor. Liever dom doorsjouwen met blaren aan de voeten, dan eerder afhaken. Geen smoesjes, ‘mijn schoonmoeder komt zo langs’, of ‘ik voel druk op mijn sluitspier’, of ‘mijn kunstheup begint te steken’, wie a zegt, moet ook b zeggen. Dat dus. In mijn uppie geen last van competitiedrang. Het wandelevangelie van buurman Geert heeft me nog niet te pakken. Op de heupen prima, maar ik moet het niet opnieuw aan de heupen krijgen…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.