Lampie: Biljartflater

0244848_Biljart.jpg
.

Bladeren worden wreed van de boom gerukt. Herfstig weer. Straf windje. Jachtige wolken. Gelukkig wel droog. Vissen dus. Ho, ho, geen paniek. Dit epistel gaat niet over hengelen, maar in de auto richting Vecht moest ik plots denken aan Meine Seinen. Maanden terug hadden we het erover. We moesten nodig weer es bijkletsen. In de Herberg. Gelijk een balletje stoten. Biljartje doen. Pilsje erbij. Maar ja, druk, druk, druk en als Meine niet druk is, doet-ie wel druk, maar dit terzijde. Even later op de autoradio. ‘Ach, zo’n café/café met een lage zoldering/en geen WC/Voor dames apart/Ach, zo’n café/Café, spoedig een herinnering zonder TV/Een piano alleen/Verboden door de wet/Met z’n rommelig buffet/Z’n pilsjes en z’n pret/En z’n scheve biljart’. Ach wat mooi, klassieker van Herman van Veen. Hij mijmert zachtjes door. ‘En als je een stoot wil maken/Daar op het groene laken/Dan word je onverschrokken/Al aan je mouw getrokken…/Je moet het over rechts doen jongen/Je moet het met effect doen jongen/Die keu, die keu die is zo teer niet/Het is je jongeheer niet’.
Toeval? Een teken van hogerhand? Zeg het maar. Lang niet meer gespeeld, biljarts. 10 over rood, de verliezer betaalt. Of gewoon punten tikken. Ben er redelijk goed in, al zeg ik het zelf. Heb nog een tijdje competitie gespeeld. Met Henk Zijsveld, die consequent ‘voorzitter’ werd genoemd, wat-ie helemaal niet was. Dan vroeg iemand van de tegenpartij. “Hoezo voorzitter. Heeft die man geen gewone naam?” “Jawel.” “Hoe dan?” “Voorzitter.” Henk gaf snel op. Twee mislukte stoten en het was, “maak ‘m moar uut”, begeleidt door zijn handelsmerk, het bij insiders welbekende wegwerpgebaar. Ronald en ‘Brutsie’ completeerden het team, dat ingeschreven stond bij de biljartbond als de Herberg 3. Deze twee oud-teamgenoten stoten nu een balletje achter de wolken. Denk ik. Sluit ik niet uit. Ach, je zag nog es wat van de wereld. Kloosterhaar, Gramsbergen en wie, wat, waar, De Pollen. Had er nog nooit van gehoord. Het betrof een gehucht nabij Geesteren, pal achter natuurgebied de Engbertsdijkvenen. Een woest en ruig gebied, dat zijn weerslag had op de bevolking.
Onze tegenstander die avond had een dame in de gelederen. Of dame…, laten we zeggen een stoere meid. Ze was ietwat lomp in de mond. Gewoontegetrouw begin je met koffie. “Doe mi’j moar ’n biertie, want die koffie van oe is niet te zoep’n.” Het bleek mijn directe opponent. Nauwelijks op gang lagen de ballen gunstig – de biljartballen voor alle duidelijkheid. Er lag een serie in het verschiet, mits ik de drie niet uiteen zou jenzen. Voorzichtigheid was geboden. Ik stootte niet, maar tikte. Te voorzichtig. De bal viel te vroeg dood. Blundertje. Mijn tegenstandster stond op, keek me spottend aan, “och, och, och, stoot ie altied zo veurzichtig?” Normaal sta ik niet snel met de mond vol tanden, maar haar psychologische oorlogvoering hielp wel. Ik leed een smadelijke nederlaag. Dat werd er bij terugkomst in de Herberg nog even fijntjes ingewreven. “Nou gewonnen?” “Ja, 4-1.” “O, wie heeft verloren dan?” “Lampie…, van een wief…”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.