Lampie: Tas foetsie

0235609_image001.jpg
.

‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen/En niet slapend denk ik aan de dood.’ Een strofe uit het gedicht ‘Insomnia’ van de dichter J.C. Bloem – de Heer hebbe zijn ziel. Hoe mooi verwoord, gelukkig heb ik geen last van slapeloosheid. Heb mijn grijze raap nog niet op het dons gevlijd of ik zak in de sluimerstand. Soms, als mijn echtgenote naar een film loert waar ik geen reet aan vind, zoek ik het tijdig en al mopperend een etage hogerop en kruip onder de dekens met een goed boek.

Aha Lampie, wat lees je zoal? Iets van Adriaan van Dis, Nescio of Gerard Reve? Welnee, ik ben het boek over de Neuze aan het herlezen. Ach zo, het Willem Holleeder-proces? Nee, nee, niet De Neus, de Neuze. Over belhameltaxichauffeur Teun Stevens, die eind vorige eeuw opgeschoten volk uit Salland en ander geteisem uit het Vechtdal naar festivals en concerten hobbelde. De subtitel ‘een kroniek van dertig jaar anarchie en losbandigheid in de taxi’ kietelt de fantasie en spreekt boekdelen.

Bij Teun in de bus kon alles. Dat hij per definitie te laat kwam, op de verkeerde plek stond te wachten of zijn materieel niet voor elkaar had, hoorde erbij. Net als zijn flauwe geintjes. Twee keer de rotonde doen en omroepen, ‘rondje van Teun’. Schijtlollige herinneringen. Na een hoofdstukje of twee beginnen de letters te dansen en grijp ik de boeklegger. Gaap. Morgen verder.

De Neuze is licht verteerbare kost. Een schelmenroman, over een taxichauffeur die het niet te nauw nam met regels en wetgeving. Maar…, ik wilde het helemaal over de Neuze hebben. Ben vreselijk aan het afdwalen. Ik sliep die bewuste nacht als een roos, maar als ik had geweten wat er zich allemaal ondertussen afspeelde, had ik geen oog dichtgedaan. Mijn vrouw was weg… Nee, niet weggelopen. Ze was naar de bioscoop. In Zwolle. Met haar kleinzoon. Ik mocht niet mee, want als de theaterverlichting dooft, dooft Lampie ook. Een Pavlov-reactie. Licht uit, doppen dicht. Slome duikelaar. Bioscoopbezoek? Zonde geld.

Gestommel in de nachtelijke uren. Werd er wakker van. Inbrekers? Gelukkig niet. Moeders aan het spoken. Nou ja, gelijk even een plasje doen. “Nu pas thuis? Lange film.” “Hou op, wat een horrorverhaal. Vreselijk!” “Was je naar een horrorfilm dan?” “Nee, dat niet. Het was een lachfilm, met die Jandino, maar daarna…, regelrechte horror.” “Hoezo?” “Stapte de parkeergarage in, tasje weg. Met mijn pasjes. Terug naar de filmzaal. Zoeken. Niets. Ik was bang dat ik de parkeergarage niet uit kon. Gelukkig had ik net genoeg kleingeld op zak. Rij ik de N34 op en denk: wat is het toch donker. Deden de koplampen het ineens niet meer. Allebei niet! Tjonge jonge, de Wet van Murphy. Een ongeluk komt zelden alleen. Ben toch maar doorgereden. Met groot licht. Onderweg zat ik te malen en me op te vreten. Geen idee waar ik m’n tas gelaten heb. Al mijn pasjes weg. Heb gelijk de boel geblokkeerd.” “Eh…, ligt-ie niet in de andere auto dan?” De opluchting. “Och verrek, natuurlijk…”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.