Home / / Lampie: Potgieter

Lampie: Potgieter

Ik zoek graag het randje op. De rand van de gemeente Ommen. Het grensgebied met Twenterand. In het bijzonder het kanaal dat parallel loopt aan de asfaltweg Beerzerveld Vroomshoop, ter hoogte van Geerdijk. Waarom ik uitgerekend daar graag een hengeltje gooi, valt niet te verklaren. Misschien omdat mijn Peugeot er makkelijk gestald kan worden. Op de parkeerplaats van de Sint Willibrorduskerk. Mogelijk speelt mijn onderbewustzijn op. Dat onder toeziend oog van de heilige maagd Maria de kans van slagen stijgt – daarbij denkend aan Herman van Veen en zijn lied Suzanne, ‘Jezus was een visser/die het water zo vertrouwde/dat Hij zomaar over zee liep/omdat Hij had leren houden/van de golven en de branding/waarin niemand kan verdrinken’. Daar stond ik in alle vroegte. Oostkant kanaal. Maria sliep nog. Geen beet. Een vruchteloze queeste naar gretige vis. Verslapte aandacht. Aan de overkant van het water huize Morgenster. Een ouwe baas sjokte naar de brievenbus, pikte de ochtendkrant eruit en zag mij staan. Het wereldnieuws ging onder zijn oksel. Een kommetje met beide handen. “Wil ‘t wat”, roeptoeterde de man.
Mijn duim ging naar beneden, net als mijn mondhoeken, terwijl mijn hoofd mistroostig heen en weer ging. “Niet opgee’m, deurgoan”, werd me moed ingepraat. Duim omhoog. Even later peddelde een kerel op leeftijd de brug over. De Morgenster? Ja toch…, of toch niet? De zilvergrijze kuif stapte pal voor mijn neus van zijn fiets. “I’j stoat verkeerd. Veurige wekke, had ‘r iene een snoek. In de bochte, doaro.” Goedbedoelde, maar nutteloze informatie. “Weet je wat het is”, luidde mijn reactie. “Vis zwemt. Vandaag zitten ze hier. Morgen daar.” “Moar hier niet, want i’j vangt gien donder.” Scherpe opmerking. “Hoe hej’t mit de toeterieje”, vroeg ie. De man bracht zijn duim richting mond, blies zijn wangen op en liet zijn vingers dansen. Geen idee waar ie het over had. Hield het glimlachend op de vlakte. “O, gaat wel.” “En mit ow breur?” Verrek, kende die man onze Annes? “Goed. Heb hem gisteren nog gezien.” “In Vroomshoop?” “Nee, in Steenwijk.” “Wat mut ‘e doar dan?” “Daar woont ie.”
Stijgende verbazing. De man keek me stomverbaasd, met grote ogen aan. “Is ‘e verhuusd?” “Nee, hoezo? Daar woont ie al zijn hele leven lang. Hij denkt dat Steenwijk het land van de uitverkorenen is.” “Dat hef ‘e niet goed.” “Nee, vertel mij wat.” De man keek me steeds bedenkelijker aan. Nam me op van top tot teen. “I’j bint toch Potgieter?” “Nee, ik ben Lampie.” “I’j bint toch iene van die tweeling.” “Niet dat ik weet, of mijn moeder moet er bij de geboorte eentje hebben weggegooid.” “Be’j echt gien Potgieter?” “Sorry, ik ken geen Potgieter.” “Hef ow va niet bi’j de gemiente e’warkt?” “Nee, bij het spoor.” “Verdulle, dan he’k de verkeerde veur. Ik zol toch zweer’n…” “Sorry”, zei ik lachend en maakte een verontschuldigend gebaar met mijn armen. “Mak niks uut. Vang ze nog ee’m.” “Yóóó, bedankt”, besloot ik. Hij stapte op z’n fiets. Keek nog een keer achterom. “Ajóóó hè…, Potgieter.”

Lees ook

Gemeenteraad Dalfsen neemt besluit over zoekgebied Dalfserveld-West

Strenge voorwaarden voor opwekken duurzame energie DALFSEN – Na uitgebreid onderzoek is Dalfserveld-West het meest …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.