Home / / Lampie: Kennelhoest

Lampie: Kennelhoest

Tjonge jonge jonge, wat een beroerde nacht had ik achter de rug. Geen oog dichtgedaan. Wel verwoede pogingen daartoe, die alle goede bedoelingen ten spijt jammerlijk mislukten. Op de rug, op de zij, op de buik, maakte niet uit. Hoe ik ook lag, om de haverklap kreeg ik een aanval. Een hoestbui welteverstaan. Dat de lezer niet denkt dat het over lust gaat of iets dergelijks. Lampie koestert zijn slaap, maar het was een vervelende kriebelhoest welke hem uit zijn welverdiende nachtrust hield. Bij het opstaan lange niet okselfris, maar zolang niet op sterven na dood, moet er gevist worden. Niet te ver van huis. Een korte strooptocht langs de siervijvers van woonwijk de Dante moest de eeuwig brandende jachtlust doven. Eigenlijk was het geen doen. Het was hoest, kuch, rochel en snuif onderweg. Ik was niet de enige die vroeg wakker was. Een dame met een gezelschapshondje kwam me tegemoet. Het diertje, een weldoorvoede pekinees of iets in die geest, was van gevorderde leeftijd. De gang was er uit.
Je ziet wel es dat een wat overenthousiaste hond zijn baasje bijkans meesleurt tijdens het uitlaten. Daar was in het geval van de vrouw met het korte kapsel en de oude pekinees geen sprake van. Eerder andersom. De flegmatieke pekinees was van de slof, slof, slof, uitpuffen en stilstaan. Geduldig wachtte het bazinnetje tot meneer klaar was met zijn zoveelste snuffelsessie. Een lantaarnpaal werd onderworpen aan een zorgvuldig onderzoek. “Hij heeft geen haast”, merkte ik op, doelend op haar gezel, die me met lege blik gadesloeg. “Hij is ziek”, reageerde de vrouw. “Kennelhoest. Het heerst en is zeer besmettelijk.” Juist op dat moment moest ik ook kuchen. “Ik geloof dat ik ook kennelhoest heb”, deed ik schijtlollig. “Kan niet. Mensen hebben er geen last van”, kaatste het bazinnetje terug. “Toch geen corona?” “Hoop het niet”, wenste ik hardop. “Ben wel ingeënt.” Maar ja, geprikt of niet, het is natuurlijk niet voor de volle honderd procent garantie dat je gevrijwaard blijft van die ellende.
Bovendien er zijn gevallen genoeg bekend waar een slopende ziekte of vervelend mankement plots opduikt zonder aanwijsbare oorzaak. Een voetbalknie bij iemand die nog nooit gevoetbald heeft, of een tennisarm bij een persoon die nog nooit een racket in handen heeft gehad, of een geslachtsziekte terwijl de ongelukkige nog nooit heeft geslacht. Het zijn onverklaarbare openbaringen. Maar goed, kennelhoest of niet, na oneindig snuffelen en dralen werd door de oude baas een plekje in de grasstrook uitverkoren om zijn gevoeg te doen. Of de maaltijd van de vorige dag er als een dampende bolus uit kwam, dan wel als slappe diarree wilde ik niet weten. De grote boodschap werd met een plastic zakje keurig opgeruimd door zijn verzorgster. Bravo. Juist op dat moment kwam een krullenbos de hoek om zeilen, met een levendig, speels jongbeest aan de hondenriem. De vrouw schoot gelijk in de stress. “Op afstand blijven”, riep ze. “Hij heeft kennelhoest. Zeer besmettelijk.” “Kennelhoest”, merkte de man op. “Dan moet ie minder roken!”

Lees ook

Lampie: Ommermars

In 99 van de honderd ochtenden ben ik als eerste op. Een paar uur later …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.