Home / / ‘Niet de allerbeste muzikanten, maar wel het beste team’
.

‘Niet de allerbeste muzikanten, maar wel het beste team’

Oud-Dalfsenaar Hugo Logtenberg schreef een boek over 40 jaar De Dijk

AMSTERDAM/DALFSEN – Hij bezocht zijn eerste concert van De Dijk in 1991, in de WRZV-hallen in Zwolle, en daarna zag hij ze nog minstens dertig keer live. Een liefhebber van hun muziek is hij dus wel. “Maar”, zegt Hugo Logtenberg, “ik vind de band vooral journalistiek interessant. De Dijk bestaat veertig jaar in vrijwel ongewijzigde samenstelling, maar eigenlijk weten we niet zo heel veel van hun persoonlijk leven. Dat fascineert me: veertig jaar in een band zitten, hoe doe je dat, hoe houd je dat vol?” En dus zette de oud-Dalfsenaar, NRC-journalist en Op1-presentator acht maanden opzij om te werken aan zijn boek, getiteld ‘Achter De Dijk’. Het verschijnt begin oktober, exact veertig jaar nadat De Dijk op het podium debuteerde als voorprogramma van Raymond van het Groenewoud.

‘Achter De Dijk’ is zijn derde boek. Het eerste, uit 2004, ging over Job Cohen en drie jaar geleden verscheen de bestseller ‘De hand van Van Gaal’. “Ik word gedreven door mijn eigen interesses”, zegt Logtenberg over de connectie tussen de drie onderwerpen. Maar waar het boek over Louis van Gaal spontaan voortvloeide uit meerdere ontmoetingen en gesprekken met de succestrainer, was het boek over De Dijk een vooropgezet plan. Hoe opende hij de deuren tot de band? “Ik heb drie exemplaren van mijn boek over Van Gaal bij hun manager in de brievenbus gestopt met uitleg over mijn plan. Ik mocht erover komen praten met drummer Antonie Broek. Die liep aan het eind van het gesprek naar zijn huisstudio en haalde daar vier ordners van de plank vol met documentatie, die terugging tot 1986. ‘Hier kun je vast wel wat mee,’ zei hij. Daarmee was de overeenkomst bezegeld. Uiteindelijk draait het bij dit werk om vertrouwen. Je moet een klik hebben en kunnen omgaan met de informatie die je wordt toevertrouwd. Ik heb bijvoorbeeld ook Loes Luca gesproken, de actrice die getrouwd was met Harald van der Lubbe, de broer van Huub en Hans. Die overleed in 2008 aan een hartstilstand, en Huub heeft tijdens de uitvaart gepassioneerd over hem verteld. Dat vond ik belangrijke informatie voor het boek, maar het was ook omgeven met gevoeligheden. Ik heb het daar met hen over gehad. Ze vonden het goed dat het een plek kreeg in het boek.”

Dagboek

Logtenberg, die van 1986 tot 1994 in Dalfsen woonde en sindsdien in Amsterdam, werkte ‘met militaristische precisie’, zoals hij het zelf omschrijft. “Ik heb zoveel mogelijk mensen rond de band gesproken, inclusief de leden zelf. Bij elkaar zo’n 150 personen. Alles wat ik kon vinden, zette ik in een Excel-sheet met een tijdlijn. Wat ook hielp is dat Huub van der Lubbe al die jaren een dagboek heeft bijgehouden. Dat leverde natuurlijk een schat aan informatie op, al moet je je ook realiseren dat dat zíjn visie op de werkelijkheid is. Als journalist moet je die toetsen aan wat je van anderen hoort. Het is geen biografie geworden, maar een journalistieke weergave van al die feiten en meningen.”
De Dijk kende in veertig jaar hoogte- en dieptepunten. Logtenberg: “Het duurde om te beginnen best lang voordat ze echt doorbraken, een jaar of zes. Ze werden met hoge verwachtingen ingelijfd bij het management van Doe Maar en net op dat moment besloot Doe Maar ermee te stoppen. De samenwerking met de legendarische Amerikaanse soulzanger Solomon Burke was een mijlpaal. Met name voor Huub van der Lubbe kwam een jongensdroom uit toen De Dijk in 2009 een plaat met hem mocht opnemen. Dat waren in het Engels vertaalde nummers van De Dijk, waarmee ze stilletjes hoopten ook internationaal door te breken. De opnamen verliepen vlekkeloos; ze voelden elkaar aan, Burke sprak lovend over de band. En dan overlijdt Burke bij zijn aankomst op Schiphol, twee dagen voor de geplande albumpresentatie in Paradiso. Dat was een enorme mentale dreun voor de band. Dan ben je dertig jaar bezig en speel je de volgende avond weer in Nibbixwoud. Ze moesten zich toen echt weer bijeenrapen.”

Verdovende middelen

Anekdotes en nieuwe feiten bevat het boek volop, vindt hij. “Zeker in de beginjaren leidden de mannen een echt muzikantenbestaan. Huubs broer Hans, afgestudeerd microbioloog kreeg via een uitzendbureau een baan bij de politie. Dat wees hij in eerste instantie lachend van de hand, maar dat veranderde toen hij hoorde dat hij kon gaan werken op de afdeling verdovende middelen. Daar moest hij drugs testen die van de straat gehaald waren. Daar zat van alles tussen, van waspoeder tot zuivere Colombiaanse coke. En reken maar dat hij daar wat van achterover drukte en meenam naar de woonboot waar de band bij elkaar kwam. Recreatief gebruik hoor, geen verslavingen. Het was een fantastisch, maar bij tijden ook heftig bestaan, door de druk en de verwachtingen. Huub van der Lubbe vertelde wel dat hij, ook voor optredens, regelmatig hyperventileerde. Hij heeft op tijd hulp gezocht om ervan af te komen.”
Daar kun je een sensationeel verhaal van maken, maar dat beoogde Logtenberg niet. “Het gaat erom dat je zoiets in zijn context plaatst, in het tijdsbeeld van Amsterdam in de jaren tachtig. En je krijgt gaandeweg ook een steeds beter beeld van hun persoonlijkheden. Ik beschrijf bijvoorbeeld hoe Huub van der Lubbe tijdens een optreden in Hattem in de beginjaren van de band een bezoeker op zijn kanis sloeg die bier naar de band gooide. Hij ziet dat als een uiting van disrespect voor de optredende band. Maar dat is echt een uitzondering. Van der Lubbe is een ontzettend verbindend figuur.”

Beste team

Is hij erachter gekomen hoe De Dijk het veertig jaar volhield? “Het is een vrij ego-loze band, die bij elkaar blijft door hun liefde voor de muziek. Vergelijk het met een voetbalelftal: ze zijn individueel niet allemaal de allerbeste muzikanten, maar wel het beste team. En ze hebben goede afspraken gemaakt over het geld; de inkomsten worden vanaf het begin vrijwel gelijk verdeeld. Ze zijn goed met elkaar, al lopen ze elkaars deur niet plat. In coronatijd hebben ze elkaar maanden niet gezien.” Wat niet wegneemt dat de groep meermalen bijna uiteenviel. “In 1999 kondigde Huub aan een sabbatical te nemen om zich te concentreren op poëzie en filmrollen. Die uitstapjes en de ‘sabbaticals’ zijn essentieel geweest voor het voortbestaan van de band.” Uiteindelijk, zegt de auteur, drijft De Dijk op het motto van de voetbalclub in Krommenie waar Van der Lubbe als tiener speelde: GVO, oftewel Gestaag Volharden Overwint.

Hugo Logtenberg bij poptempel Hedon in Zwolle, waar De Dijk de afgelopen jaren regelmatig optrad.

Tekst/Foto: Hans Keesmaat
Foto De Dijk: Pim Kops

Lees ook

Inloopuurtje LPO in Beerzerveld

BEERZERVELD – De fractie van de Lokale Partij Ommen vergadert op maandag 25 oktober bij …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.