Home / / Lampie: Ompong

Lampie: Ompong

Na een autoritje van drie kwartier sta ik voor de deur. Komt ze aangesloft. “Je hebt toch een sleutel”, zegt mijn oude moedertje. “Vergeten.” “Zo dom. Ga zitten. Heb je tante aan de lijn.” Ze schuifelt naar de telefoon om het gesprek met haar zusje te vervolgen. Ik sla de krant open, maar krijg na een paar minuten de telefoon voor mijn neus. “Hier, even praten met je tante. Wat wil je drinken? Koffie?” “Water is oké.” “Ach, zo saai. Cola? Of melk? Anders heb ik niet.” Ben niet gek op cola en ja, melk…, altijd speelt de associatie op van het onkuis betasten van dat suffe dier en dat domme geloei. “Cola dan maar.”

De hoorn richting gehoorschelp. “Dag tante.” “Hallo, hoe is het in Ommen?” “Goed. Met u ook?” Geen antwoord, wel een verhaal. “Je weet toch, we hebben gewoond daar. Vanuit Indië. Jaren vijftig. In landhuis Olde Vechte. Was te klein voor een gezin van tien, maar zóóó mooi daar en zóóó knus. Jouw mama en ik op een stapelbed. Weet je die grote brug, heeft mama dat wel es verteld?” “Nee tante, wat dan?” “Oooo…., je mama was nakal hoor, hihi.” Dat woord ken ik, Maleis voor ondeugend. Hier moet ik meer over aan de weet komen. “O ja tante, hoezo nakal?” “We mochten niet zwemmen. Wel wandelen. In de zomer gingen de jongens stoer doen bij die brug. Duiken. Een van die uitslovers bedelt: ‘Een kusje als ik duik?’ Je moeder zegt ja. Hij springt.” “En mijn moeder gaf hem een kus”, vul ik aan. “Niet”, giechelt mijn tante, “we gingen wegrennen.” Met een grijns hoor ik het verhaal aan, terwijl mijn moeder komt aansloffen met een glas cola. “Wat hoor ik nu van je zusje? Je had streken vroeger.” “Ach, ze kletst”, zegt mijn moeder.

Tante zit op de praatstoel. “Weet je. Als meisjes, we waren aan het logeren bij oma en opa Lekatompessy. In hun tuin een boom met een grote vrucht. Weet niet meer de naam. Wij vragen: ‘Opa, mogen we snijden?’ Opa zegt nee. ‘Als rijp, hij valt er zelf af’. Het is toch heet in Indië. Tussen de middag slapen. Je moeder en ik, we sluipen naar buiten met een mes. Je moeder klimt in de boom en snijdt die vrucht. Boem! Wij snel naar binnen. Wrijven in onze ogen, zogenaamd net wakker en roepen: ‘Hij is gevallen’! Opa zegt: ‘Is ie gevallen of hebben jullie gesneden, onze Lieve Heer ziet alles.’ We werden bang, ik klikken: ‘Zij heeft gesneden!’ Je moeder huilen: ‘Moest van haar’. Allebei straf, hihi. Nou, groetjes, hopelijk zie ik jullie snel en dan brengt tante spekkoek mee hè.” “Zo”, wend ik me tot mijn moedertje. “Ik hoor dat er iemand in Ommen nog een kusje van je tegoed heeft, omdat ie van de brug dook. Waarom rende je weg? “Ach”, zegt mijn moeder en maakt een wegwerpgebaar. “Hij was ompong.” “Hij was wat…?” “Ompong…, geen tanden, zo lelijk.”

Foto: landhuis Olde Vechte

Lees ook

Oecumenische viering in de Grote Kerk

DALFSEN – In de vredesweek is er op zondag 26 september een oecumenische viering in …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.