Home / / Lampie

Lampie

Hè verdorie, lag net even weg te dutten. De iPhone. Mijn dochter. “Pa, kun je een half uurtje op de kleine passen, moet een boodschapje doen.” “Yóóó, kom er aan.” Moet me herpakken. Was van de wereld. Mijn vrouw kijkt me spottend aan. “Zo, wakker?” Toegeven kan altijd nog. “Ik sliep niet, gunde mijn ogen wat rust”, luidt mijn wankel excuus, waarmee ik mijn geloofwaardigheid geweld aandoe. “Ga toch weg”, zegt mijn echtgenote. “Je lag met de kin op de borst te ronken als een beer in winterslaap. Het zag er niet uit”, steekt ze me de gek aan. “Nee, jij trekt volle zalen als je slaapt, nou goed”, reageer ik wat korzelig. “Te hard gewerkt vandaag.” Een kansloze stuiptrekking, die slechts werkt op haar lachspieren.
“Nou, ik haal die kleine aap op.” Mijn vrouw trapt op de rem. “Lijkt me niet verstandig”, zegt ze en wijst naar zes dozen. Eentje is half uitgepakt. Het spul staat uitgestald op de eettafel. Serviesgoed. Verstopt in grauw karton heeft het alle magie verloren, maar eenmaal uitgepakt en verlost van het pakpapier, de verfrommelde Telegraaf van 14 juni 1975, hervindt het zijn oude glorie. Handel. Jarenlang heeft het ergens gestaan, tot het huisje van oma moest worden uitgeruimd en het spul werd verpatst. Zoiets. Gok ik. Tussen de borden, schalen en kommen zelfs een spaarvarken dat al die jaren de hongerdood in de ogen kijkt. “Heb je nog oud brood? Dan peddel ik met die smurf naar de hertjes.”
Terwijl mijn vrouw wat broodkorsten bijeen schraapt, trap ik mijn sloffen uit, onderwijl met de handen in de lucht een diepe geeuw slakend. Dan staar ik naar mijn pantoffels. De vorm van mijn voeten staan erin gedrukt. Ik draag ze graag, maar niet als ik met mijn kleinzoon op pad ga. Snel schiet ik in mijn Pumaatjes. Op naar mijn dochter. “Hij heeft nog niet veel gedronken. Neem zijn drinken maar mee. Hier, zijn lievelingsflesje. Niet verliezen hoor.” Dat was de goden verzoeken. Hup, in het zitje met dat jonk. Op naar de kinderboerderij in het Laar. Uitgehongerde, of in ieder geval vraatzuchtige geiten gevoerd, de witte sierduiven in de wieken gejaagd, de buis van Arriva uitgezwaaid en weer op huis aan.
“O ja, heb je zijn flesje nog?” “Flesje…, shit…, excuus!” Nou ja, het zat er een keer aan te komen. Kan het die kleine niet kwalijk nemen. Ongein in zijn DNA. Als straatjochie had opa ook streken. Sjekkie bietsen, vuurtje vragen en dan met een onschuldig gezicht, “mooie aansteker, een wegwerp?” En bij bevestiging het ding met een boog wegmikken. Wel uitkijken bij wie je dit deed. Niet bij iemand die een kop groter is en geen gevoel voor humor heeft. Het is geen tand door de lip waard. Maar, wat ik wil zeggen, jongste kleinzoon is ook van het werpen. Ham in de mond, brood op de grond. Geen zin meer in zijn flesje, hup, weg ermee. En opa, die sloaperd moet gewoon beter opletten.

Lees ook

Vechtdal Wonen en Vitaal Vechtdal bundelen de krachten

OMMEN – Woningstichting Vechtdal Wonen sluit zich aan bij Vitaal Vechtdal. Vitaal Vechtdal is een …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.