Home / / Lampie: Bevers

Lampie: Bevers

In de wacht bij tandarts Rijnvis. Tandsteen laten wegbeitelen. Bladeren in tijdschriften. Tijd doden. Plaatjes kijken en koppen snellen. Tot ergens midden in een natuurmagazine een morsig knaagdier me met indringende priemoogjes aan staat te loeren. Voor het beest komt een bezoek aan de orthodontist te laat en van tanden poetsen heeft de knager nooit gehoord. Je ziet het soms ook bij mensen. Die kun je een tandenborstel cadeau doen, maar dan gaan ze vermoedelijk hun fiets zitten schoonmaken. ‘De bever rukt op’, kopte het artikel. Al lezend kreeg ik mee dat de superknager hier te lande was uitgeroeid, maar succesvol is geherintroduceerd. De laatste bever namelijk werd in 1826 door een visser uit Zalk doodgemept. Niet iets waar het dorpje aan de IJssel trots op kan zijn en waar je toeristen mee lokt. Het gehucht zal wel fier zijn op Klazien, het kruidenvrouwtje dat voor elk ongemak een remedie wist. Last van slakken, koffiedik rondom de slaplanten. Wintertenen? Luieruitslag? Paardenvet! Die Klazien dus, van de even gedenkwaardige als waterdichte spreuk ‘kat op de stoel, natte boel!’
Maar goed, waar hadden we het over? O ja, de bever. Bevers werden in Polen in de val gelokt, op tansport gezet en uitgezet in de Biesbosch. De knagende mormels voelden zich wonderwel senang in ons kikkerlandje. Waarom Poolse bevers? Misschien naar voorbeeld van Poolse arbeidsmigranten. Bedrijvig volk, dat niet zeurt maar aanpakt. Het plompe dier is zijn hele leven bezig met dammen bouwen. Een nutteloze bezigheid lijkt me, maar ga je gang, bouw maar raak daar in de Biesbosch. Ver-van-mijn-bed show. Maar is dat wel zo? Ze zitten ook al op de Regge. Nabij Archem. Althans als ik de man met de ontstoken aardappelneus en een prak zuurkool onder aan zijn kin moet geloven. Hij oogde verward en begon ongevraagd over zijn burn-out. En het boemerangeffect. In de laatste vijf jaar een hattrick aan burn-outs gescoord begreep ik. Vechtscheiding, burenruzie, huis kwijt; heb ik weer, dacht ik, niet wachtend op een intens gesprek. Als jammeren water was, zat zijn Super Soaker boordevol.
Maar plots verwaterde zijn van gal vergeven tirade. Of ik de bevers had gezien. “Bevers? Hier? Muskusratten zeker?” Nee, bevers. “Of bedoelt u otters?” Nee, bevers. Er zaten hier bevers. “Heeft u ze gezien?” De baard bevestigde. Oeps, beetje in de war deze ziel. Niet langer tegen spreken, bovendien: in de Vecht zwom ooit een zeehond. Een beeld bij stuw Vechterweerd herinnert aan diens bizarre dwaaltocht. Voorbijfietsende scholieren waren mijn redding. Oorwarmers op, maar dan met geluid. Dreunende beats klopten het gehoor schoon. “Mafketels”, mopperde de baard. Ik zag plots dat hij te fanatiek in zijn een broodje pindakaas had gehapt, althans hoop maar dat het pindakaas was. “Goed opletten, als je geluk hebt zie je bevers”, riep de verstrooide ziel en zwaaide zijn been over de stang van zijn fiets. “Gaat u mee?” De mondhygiëniste trok me uit mijn mijmering. Woensdag 7 april 2021 was het Internationale Beverdag. Volgens een zonderling peddelen ze al in de Regge!

 

Lees ook

Geen trainerswissel heren 1 en 2 bij ASC’62

DALFSEN – Het contract met Piet de Jong (37) lag al vast tot en met …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.