Home / / Lampie

Lampie

“Als je morgen weg wil met de Twingo moet je eerst olie bijvullen”, gebood mijn echtgenote. “Oké, doe ik morgen direct”, luidde mijn belofte. De volgende ochtend stond een goudkleurige flacon gevuld met motorolie op tafel. Op de bidon was een memo geplakt, met de tekst ‘niet wegrijden in de Twingo, er moet eerst olie in!’ Overigens stond er niet één, maar vijf uitroeptekens achter de boodschap. Het was menens, zoveel was duidelijk. Nou ja, geen probleem. Kind kan de was doen. Kwestie van de klep omhoog, dop van de bus verwijderen en gieten maar. Op dezelfde manier zo je het vet van Remia in de frituurpan dumpt. Komt goed. Eerst een bak koffie lebberen en de Stentor doornemen.
Tjonge jonge, word er beroerd van. Corona voor en corona na. Of voor de afwisseling Covid-19. Andere duiding, zelfde ellende. Om depressief van te worden. Krak, plof, krak, plof, wie komt daar de trap af klossen? Mijn vrouw in sluimertoestand. Maar voldoende bij de les om te infomeren of de olie is bijgevuld. “Nog niet!? Hè, is toch zo gebeurd.” “Geen paniek, ga zo.” Ze hoeft niets meer te zeggen, haar non-verbale reactie spreekt boekdelen. Een diepe zucht. Rollende ogen. Armen ten hemel. Het is me duidelijk. “Ga voort aan de slag”, meld ik overdreven vrolijk, neem de bus motorolie ter hand en spoed me naar buiten. Wegwezen.
Euh…, hoe ging die verrekte klep ook alweer omhoog. O ja, aan het palletje trekken. Niet dus. Muurvast. Iets harder misschien. Niet te gek, straks ruk ik ‘m kapot. In de auto. Uit de auto. Verrek. Hoe kan dat nou? Altijd hetzelfde liedje. Dan denk ik dat ik het weet, maar strandt het in de uitvoering. Wat een kluns ben ik toch. Twee linkerhanden met allemaal duimen er aan. Ik krabbelde wat aan mijn kruin, blies de wangen bol en trok de wenkbrauwen op. “Pompompom.” Tja? En dan is het mooi als mensen het goed met je voorhebben. Of is het medelijden? Hoe dan ook, nog geen twee tellen later schoten buurman Arjan op de sloffen en buurman Jan op de klompen te hulp. “Die gele dop toch, of niet?” Zoveel wist ik nog. Ja, maar eerst peilen. Juist, euh…, peilen…?
Het talmen duurde buurman Jan te lang. Hoofdschuddend griste hij de peilstok uit mijn hand, frunnikte hem in een buis en haalde hem er weer uit. Bedenkelijke blik. Gortdroog was de conclusie van de kenners. “Giet de hele bus er maar in”, raadde buurman Arjan aan. Dat is mooi hè, als mensen het goed met je voor hebben. Ze zullen wel gedacht hebben: och, och, och, die onnozele hals. Verstand van auto’s als een koe van warm vreten. En zo is het! Daarom ben ik lid van de Wegenwacht. Ik mag dan wel onhandig en atechnisch zijn, maar niet dom. Bovendien woon ik in een leuke straat, of nee, ik bedoel niet zozeer de straat, als wel de mensen die er wonen. Zonder hulpvaardige buren is Lampie aan de Goden overgeleverd…

Lees ook

Beter een goede buur….. dan een verre vriend

OMMEN – Aan de samenwerking tussen buurgemeente Hardenberg en de gemeente Ommen komt een einde. …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.