Home / / Lampie: Droomland

Lampie: Droomland

Thuiswerken. Hersengymnastiek op de zolderkamer. Tot het onder de gordel begint te tintelen. Nee, ik hoef niet naar het toilet, het is mijn iPhone. “Hé pa, ben je thuis?” Een bevestigend antwoord. “Kom je een bakkie doen, gezellig?” “Met een kwartier.” Hartstikke leuk natuurlijk, maar van gezelligheid kwam niet veel terecht. Nog voor de koffie voor m’n neus stond, drie keer een geeuw. “Nou…, volgens mij kun je een cafeïneshot goed gebruiken. Of ben ik zo saai?”

“Dat is het niet pa. De kleine was onrustig vannacht. Een uur wakker, twee uur wakker, drie uur schreeuwen. Flesje gegeven. Halfleeg, viel die in slaap en vijf uur was ie klaarwakker.” “Bliksem, kort nachie dus?” “Pfff, zeg dat wel.” De kleine man was nog lang niet moe. Wel verveeld. “Whèh.” “Even rustig ja”, maan ik de aandachttrekker tot kalmte. Olie op het vuur. “Whèh.” “Weet je wat, doe straks maar een tweede bakkie. Ga wel even kuieren met hem. Het is stralend weer.”

Het valt niet altijd mee met zo’n hummeltje. Lief ventje, maar het verschil tussen dag en nacht is hem vreemd. Wanneer de luiken open of dicht moeten is een zoektocht en op moment zit ie op verkeerd spoor. En dat is fataal weet ik als spoorman als geen ander! Heeft ie niet van opa. Slaapproblemen zijn me vreemd. Wel schijn ik te snurken. Dat levert me dan een por in de ribben op, maar het schijnt zo slim te zijn, dat mijn vrouw bij toeren zuchtend en binnensmonds mopperend de logeerkamer opzoekt. “Wat een kabaal. De buren denken vast dat we een varken als huisdier hebben”, heeft ze zich weleens in een chagrijnige bui laten ontvallen. Onzin natuurlijk. “Whèh.” “Kalm. We gaan zo.” Weet zeker dat ie zo slaapt. Kennelijk ben ik zo ver-schrik-ke-lijk saai dat ie al slaapt voor we de St Bernardlaan opdraaien – vernoemd naar de markante ras-Ommer Bernard Schuurman.

Dante-Noord dus, langs een rij oude, monumentale eiken welke onlangs zijn bespoten, om te processierups de dood in te jagen. Twee grote knikkers kijken me aan en beginnen te lachen als ik begin te zingen. “Tararááá boemdiejééé, de dikke dominee, die heeft zijn gat verbrand al aan de kachelrand.” Met de vrije rechterhand kroel ik even over zijn buikje. Mooi ventje. Trots op mijn dochter. Ik wist dat ze het in zich had. Dat viel na een maandje of zes ook niet meer te ontkennen. “En als je nasiballen eet, dan vliegen de vlammen uit je reet, holladiejééé, holladiejóóó!” Kerels onder elkaar. Als mijn dochter erbij is worden we gecorrigeerd. Geen idee of ie begrijpt waar ik het over heb, maar zo te zien vindt ie het leuk en spreekt de tekst hem geweldig aan. Of juist niet…, wat is dit? Hij distantieert zich ervan! Kin op de borst, doppen dicht – jaja, ik weet dat het gesloten moet zijn, maar dicht vind ik mooier klinken. Hoe dan ook. De kleine poepmachine is afgereisd naar droomland. Nou ja, daar was het om te doen.

Lees ook

Zoekplaatje van de Week

Achttien foto’s heeft Herman Wigbels gemaakt van enkel één en dezelfde persoon, en wel in …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.