Home / / Lampie: Avondmijmeringen

Lampie: Avondmijmeringen

Valavond in april. Na een dag vol zomerse allure. De hele dag scheen de zon. Nu zakt ze vermoeid weg achter de horizon. Ik aanschouw het dagelijkse schouwspel vanuit mijn tuintje van postzegelformaat. Mijn eigen koninkrijkje. De Stentor voor mijn neus. Geen zin aan lezen. Eigenlijk nergens zin in. Dus loer ik een beetje verveeld in het rond. Groen blad verdringt het laatste restje geel van de forsythia. Bloeiend hout noemde mijn moeder deze struik altijd en stak takken op de vaas, gecombineerd met het paarsrood van de ribes. De intense blauwe sterretjes van de maagdenpalm combineren prachtig met de witte klokjes van de lelietjes-der-dalen.

In de vork van de appelboom broedt een merel. Vanuit het struikgewas duikt de roodborst op, met de snavel vol nestmateriaal. Het vogeltje voelt zich betrapt en houdt halt op een buste. Een hoofd van steen, met onverschrokken, klassieke gelaatstrekken. Volgens mij de vaste halte van de roodborst, want er zitten poepjes op. “Toe maar jongen”, moedig ik het verenbolletje aan. “Ik weet allang waar je zit.” Onder de klimop, waar ik maanden terug een open nestkast heb geplaatst, dat dierenwinkel de Beste Stek sterk had afgeprijsd. Even later roetsjt het fladderende pareltje het groen in.

De ontluikende natuur leidt af van al die coronanarigheid. Ik wil er niet aan denken, maar je ontkomt er niet aan. Bah, die vieze corona. Of moet ik zeggen Covid-19? Nee…, die duiding is voorbehouden aan insiders. Dokters en geleerden. Nou ja, zelfde ellende. Hoe je het ook noemt. We moeten ervan af, daar gaat het om! En dan? Durven we elkaar nog wel een hand te geven, laat staan te kussen. Of blijft het bij een boks? Of zelfs dat niet? Niet aan denken. Niet aan DENKEN! Al mijmerend kom ik erachter dat de zon nu echt foetsie is. Dag hoor. Tot morgen maar weer. Ik blijf nog even zitten. Hoewel het nu toch sterk afkoelt.

Opeens valt me wat op. Waar zijn de vleermuizen? Vorige zomer vlogen ze elke avond rond de appelboom. Vliegjes vangen. Toen ik nog een jochie was, heb ik ze wel eens geprobeerd te vangen. De buurman vertelde dat je een kiezelsteen in je zakdoek moest doen en die in de lucht gooien. Daar vlogen ze dan op af, raakten uit balans en vielen op de grond. En een vleermuis op de grond is als vis op het droge. Hulpeloos. Of het waar was? Geen idee. Nadat ik bijna een raam aan diggelen had gegooid, werd het experiment gesloten. De vraag blijft: waar zijn de vleermuizen? Toch niet allemaal opgegeten in China? Daar is toch al die trammelant begonnen? Met het oppeuzelen van die vliegende griezels? Je zou er bijna toe komen om die vleermuizentoren op de brink in Varsen ritueel in de fik te steken. Een mens moet toch afreageren nietwaar? Nee hè, kom ik toch weer terecht bij de coronacrisis. Apart hoor, hoe het oppeuzelen van een vleermuis in China uiteindelijk leidt tot het afgelasten van voetbalwedstrijden van OVC ’21…

Lees ook

Ommen int geen marktgelden en precariorechten over 2021

OMMEN – De gemeente Ommen heeft besloten de marktgelden en precariorechten over het gehele jaar …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.