Home / / Lampie: Eenzame hengelaar

Lampie: Eenzame hengelaar

Vissers, een apart slag volk. Of vissers…, vissers…, hengelaars. Ach ja, natuurlijk, die reputatie. Jokkebrokken, die hun vangsten scherp naar boven toe afronden. Er wordt lacherig over hen gedaan. Zielenpieten. Sneu volk. Wie is er nu zo gek om uren naar een dobbertje te staren. In regen en kou op een tochtige dijk voor windvanger spelen. In de hoop op een potje touwtrekken met een vis. Die vervolgens niet in de pan verdwijnt, maar na de strijd weer baantjes mag trekken in de oneindig stromende rivier. ‘Je moet wel een verdomd slecht huwelijk hebben als je vrijwillig in de kou gaat zitten.’ Het valt menig hengelaar ten deel.

Ach ja, ik begrijp dat mensen mij voor gek verklaren en geef toe: ik ben gek…, op vissen! Wat daar zo mooi aan is? Met de mondhoeken naar beneden en wenkbrauwen en armen omhoog, “weennie…” Erfelijk belast misschien? Mijn opa was een fervent hengelaar. Van hem heb ik leren pieren steken, een voertje maken en maden prikken. En…, het belangrijkste: stil zijn en op je dobber letten. Concentratie!

Als jochie droomde je van brasems als deurmatten, hengels versplinterende karpers en o, o, o, als je eens zo’n enge snoek kon foppen. Van internet had nog nooit iemand gehoord, maar mijn opa had een mysterieus boek met oude zeeprenten, waarop monsters stonden afgebeeld. Walvissen met enorme kaken. Octopussen, die met hun machtige armen tweemasters verpulverden. Om vervolgens het gekraakte gevaarte met man en muis mee te trekken, de onpeilbare diepte in.

Nu had ik als jochie wel door dat dit in het stroompje de Aa niet ging gebeuren, maar de onderwaterwereld kietelde mijn fantasie. En ik was niet de enige. Sprak je met vriendjes af op de vrije woensdagmiddag. Eerst voor een kwartje maden kopen en met een hart vol verwachting naar de waterkant. Snoer in de war, dobber vast in de waterplanten en maden bij elkaar in de laars gooien. Jeugdherinneringen die mijn lippen doen krullen, hoewel ik sta te rillen van de kou aan de oever van de Regge. Een blauw juweeltje flitst voorbij. IJsvogeltje. Hopelijk is ie succesvoller dan dat ik ben. Geen snoek die bereid is mijn nepvisje aan te randen. Hopeloze hobby. Wat zeg ik…, beng, beet!

Shit, toch niet. De zaak zit vast. Ai, die dikke tak had ik niet gezien. Gelukkig, kan er net bij. Dat dure aasje moet gered worden. Even strekken, hebbes! Tegelijkertijd voel ik de kou in mijn rechterlaars stromen. Toch iets te ver het water in. Terwijl ik even later mijn sok uitwring hoor ik in vanuit mijn broekzak, ping, ping, ping! Foto’s van mijn oude voetbalmaten. Weekendje naar Gent. Ze lachen. Heffen het glas. Het café waar ze vertoeven oogt gezellig. De tafel staat barstens vol met lege en halfvolle bierpullen. Kijkend naar de foto’s bekruipt me een gevoel van spijt. Was ik maar meegegaan. Ze zitten er warmpjes bij, terwijl ik sta ver vernikkelen van de kou. Nou ja, morgenvroeg in ieder geval geen timmerlui in de kop…

Lees ook

De Carrousel heeft nieuw seizoensprogramma, in de hoop op betere tijden

OMMEN – Theater De Carrousel in Ommen waagt het erop: het theater heeft een nieuw …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.