Home / / ‘Engel van Stegeren’ geeft invulling aan het begrip noaberschap

‘Engel van Stegeren’ geeft invulling aan het begrip noaberschap

OMMEN – Eerder dan tien uur in de ochtend is Johanna Timmer niet beschikbaar. Eerst arbeid, dan rust. De koeien gaan voor. Elke ochtend assisteert de kranige dame met 78 levenskruisjes achter haar naam, dochter Henrieke. Die een veebedrijf runt, diep verscholen in het buurtschap Stegeren. Het houdt haar fit. Zoals ook de vele fietstochten haar fris en fruitig houden. Zo is het goed en zo mag het nog lange tijd duren, wat de ‘Engel uit Stegeren’ betreft. Johanna maakt een wegwuivend gebaar als haar koosnaam ter sprake komt. Weg met die gekheid lijkt ze te denken. Maar goed een bijnaam krijg je niet zo maar. Die is ergens op gebaseerd. Die van Johanna is een directe verwijzing naar haar vele vrijwilligerswerk. Ze gaf en geeft invulling aan het begrip ‘noaberschap’ en ontving daarvoor een passende beloning, een benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

“Ik werd door een buurtgenoot met een smoes meegelokt naar de Carrousel in Ommen”, diept Johanna uit haar geheugen. “Ik had niets in de gaten. Dacht dat ik naar een muziekuitvoering ging. Je doet het niet voor een lintje, maar uit naastenliefde. Je moet elkaar helpen in het leven vind ik. En ik ben dankbaar dat ik dat kan doen.” Het omzien naar buurtgenoten die, ziek, zwak en oud ziet Johanna als een vanzelfsprekendheid.

Als Johanna Smoes zag ze 78 jaar geleden het levenslicht. De ooievaar leverde haar af in Breklenkamp, een vlekje onder de rook van Denekamp. Als jonge blom van veertien lentes jong kwam ze in betrekking bij een herenboer in de buurt. Op een dansavond van de christelijke jongerenvereniging maakte Johanna kennis met veeboer Albert Timmer uit het buurtschap Stegeren. De vonk sloeg over en de verkering nam serieuze vormen aan. Johanna verruilde Twente voor het Vechtdal. De achternaam Smoes werd ingeruild voor Timmer. Het huwelijk werd gezegend met vijf dochters. Na Alie kwamen Tinie en Betsie. Vierde dochter Henrieke liet een tijdje op zich wachten en Everlien was met recht een nakomertje.

“De oudste drie waren al rond de twintig.” Bescheiden, maar apetrots vertelt Johanna over haar dochters van wie er drie arts werden, eentje onderwijzeres in gebarentaal, terwijl Henrieke stukje bij beetje de boerderij overnam nadat in 2005 Albert overleed. “Henrieke was altijd bezig op de boerderij. Altijd met dieren in de weer. Pa helpen met het werk. Meer dan de andere meiden. Jazeker ben ik trots. Op allemaal hoor”, bevestigt Johanna. “Of ik graag een zoon had gehad? Nou, maakt me niets uit. Albert had er ook geen moeite met al die meiden.” En met een lach: “Jongens kwamen er later vanzelf bij. Jongens of meisjes, ach, gezondheid boven alles. En ja, ze hebben allemaal wat bereikt in het leven. Het is ze niet komen aanwaaien. Het zijn doorzetters. Eerlijk gezegd dat wordt over mij ook wel beweerd.”

Zo’n vier jaar geleden verliet Johanna de boerderij, waar tot op zekere hoogte alles kon en mocht. Vrienden en vriendinnen sliepen op zolder, speelden verstoppertje op het erf of ravotten in het bos, waar Johanna breed zicht op heeft. “Soms zie je reeën, dan weer hazen en vlakbij zit een dassenburcht. Mooi. Laat mij hier maar zitten, ik hoef niet naar de bebouwing. Vlees, melk, eieren, ik heb het bij de hand. Een keer in de week boodschappen doen, als ik bij een paar eenzame ouderen langs ben geweest, volstaat.”

Tekst: Willem Lampe

Lees ook

Ingezonden: De splinter en de balk

REGIO – Orthopedagoog drs. Gerard Bekker is in de pen geklommen naar aanleiding van het …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.