Home / / Lampie: Zusjes

Lampie: Zusjes

Zaterdagochtend. De Stentor voor de neus en een mok koffie bij het oor. Pingel, pingel. Onraad bij mijn zak. Broekzak voor alle duidelijkheid. De tune van ‘House of The Rising Sun’ van The Animals. Een klassieker.

Wie dit nummer niet kent moet zich de ballen uit de broek, ach nee, dat klinkt ietwat ordinair, laten we zeggen de ogen uit de kop schamen. Tenzij je jaren lang in de kelder hebt gebivakkeerd. Dan kun je er niets aan doen dat je een stuk van de film, getiteld, ‘De kommervolle strijd om het dagelijkse bestaan’ hebt gemist.

Waar was ik gebleven? O ja, The Animals. ‘There is a house in New Orleans/They call the rising sun/And it’s been the ruins of many a poor boy/And god I know I’m one’. Waan ik me onbespied, dan galm ik met voorganger Eric Burdon mee. Na de laatste regel moet ik vlot verbinding maken, anders krijgt de beller geen gehoor. De tune van deze Amerikaanse traditional doet dienst als ringtone. Eric Burdon goot beginjaren zestig van de vorige eeuw een rock ’n rollsausje over de evergreen en maakte er met zijn Animals goede sier mee. Hoe dan ook, aangekomen bij ‘And God I know I’m one’ moet ik opnemen, anders geen respons.

Ik hoor gegiechel. Het jongere zusje van de vrouw die mij het levenslicht schonk. De duiding ‘jongere zusje’ kan leiden tot misverstand. Ze heeft onlangs haar achtste kruisje in ontvangst genomen. Mijn moeder zit daar alweer enige jaren boven. Sinds de dood van haar man is de hang naar haar zus toegenomen. Of ik mijn ma kan brengen. Voor een logeerpartijtje. Natuurlijk, geen probleem. Ritje Steenwijk naar Utrecht, heb ik geen bedenking over. Hooguit over de plannen.

“We gaan Hoog Catharijne onveilig maken”, verklapt tante. Giechel, giechel. Ik schrik. “Onveilig maken tante? Dat hoeft niet. Het is al onveilig daar!” Ik reken bij mezelf af. Wordt helemaal kriegel van die krioelende mensenmassa, die enkele keer dat ik voor het werk naar Utrecht moet. Laat mij maar aan de goede zijde van de IJsselbrug blijven. Dan maar een boer. In gedachten zie ik twee ontredderde Indische oudjes, beroofd van hun handtasjes inclusief inhoud.

Niet gerust op de wilde plannen informeer ik voorzichtig of een van haar zoons meegaat. “Hoeft toch niet. Je moeder en ik gaan met de bus. Hij stopt voor het huis en bij de ingang. Makkelijk toch?” O jee, koffie met appelgebak bij Flater lijkt me veiliger. Tijd om mijn bezorgdheid uit te spreken krijg ik niet. “Als je haar brengt, moet ze haar rollater niet vergeten, pillen voor drie dagen meenemen en de Thuiszorg inlichten.”

Ja, ja, bij de deugnietjes op leeftijd gaat het niet meer vanzelf. Nou ja, ze hebben zich altijd gered. Tante vertelt nog een verhaal over hun jeugd. Als twee exotische jonge deerntjes beloofden ze stoere durfals een kusje als ze tijdens het zwemmen van een hoge brug afdoken. “Maar we liepen daarna hard weg”, giechelt ze. Hopelijk wordt het verhalen opduikelen en giechelen in Hoog Catharijne en wordt de handtas niet gejat…

Lees ook

‘Op het geniale af’ van Benedict Wells

Het Boek van de Week Francis Dean woont met zijn moeder in een trailerpark in …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.