Home / lampie de zuipschuit

lampie de zuipschuit

Het is vroeg. Koud. Mistig. Damp stijgt van het water. We kunnen niet zien waar we straks in varen. Misschien ligt net buiten het zicht wel een richel en is het hup, nooit meer wat gehoord die twee. Een soort Bermuda driehoek in de kop van Overijssel. Misschien is spelevaren meer iets voor de zomer. Bij helder weer en in een luchtig overhemdje het meer over.

Mijn wintersokken en pooljas houden de kou grotendeels buiten, maar het is niet voor niets doodstil op het water. Een zilverreiger gaat met een schrille schreeuw op de wieken. Het voelt of ie ons uitlacht. Zo van, ‘met dit weer het water op, krankjorum’.

Even later zijn we al pruttelend onderweg en dromen hardop over heroïsche worstelpartijen met zoetwatermonsters. Na anderhalf uur later slaat de conversatie dood. Gekke hobby toch. Zelfs mijn vrouw snapt er niets van, maar van verbieden is geen sprake. Zou ik ook niet pikken. ‘Luister schat, dit is mijn hobby en daar is de voordeur!’ Jááá…, nééé…, zoiets durf ik alleen maar te denken hoor, niet hardop te zeggen. Ik wil haar voor geen goud kwijt. Het vergelijk mag wat ongelukkig klinken, maar het is mijn ode aan het huwelijk, ‘vrouwen zijn als pantoffels, oude zitten lekkerder dan nieuwe!’ Nee, dan toch maar de hengels de deur uit. Maar daar is geen sprake van. Je moet elkaar wat gunnen. Haar instelling luidt, ‘zolang ik niet mee hoef, vind ik het prima’.

Mijn gemijmer wordt verstoord door een vloek. ‘Shit, dat was er een’, moppert mijn maat nog wat na. Maar ja, ook snoeken missen wel eens en kunnen niet naar de opticien. “Jammer”, zeg ik en verschuil me weer in mijn met bont gevoerde capuchon en in dagdromerij. Mooi dat ze het mij gunt. De visserij. Zelfs nu er klussen liggen te wachten, maar ja, ik ben niet echt handig met apparaten en gereedschap. Alleen met een hengel.

“De boot heeft nog geen naam”, merkt mijn maat op. “De snoek?” “Mwoah, te simpel.” “De slechtste vissers van Nederland?” “Wel toepasselijk, we vangen niks.” “De dag is nog niet om.” “De wezenloze hengelaars?” “Kijk daar dan!” Een eindje verder zijn twee collega’s bezig ‘een krokodil’ aan boord te hijsen. “De domste boeren hebben de dikste aardappelen”, mopper ik, terwijl de twee ons onbedoeld de ogen uitsteken.

De uurtjes verstrijken. De kou slaat op de botten en de wind neemt toe. Water klotst over de rand. In tegenstelling tot Jezus vertrouw ik het water minder. “Mietje”, lacht mijn maat. “Straks maar ’n biertje voor de schrik.” “Eerst een behouden terugvaart.” Ik heb het gevoel dat ik flink wat biertjes tot me moet nemen om mijn verontrustte geest te kalmeren. Mijn fantasie neemt wel toe. “Ik heb ‘m, de zuipschuit!” 

Willem Lampe

Lees ook

Waterschap gaat aan de slag met versterken van dijken

REGIO – Bij een Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft berekend dat 169 van de 228 …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.