Home / lampie carnaval

lampie carnaval

Zelf word ik Klukkluk genoemd, naar de indiaan uit de kinderserie Pipo de Clown. Nou ja, beter dan de Domme uit Omme. Hoe ik aan die verwijzing naar ‘de mis-schiet-indiaan’ kom? Geen idee. Ik beschouw het noch als compliment, noch als scheldnaam. Met De Bril wordt mijn collega Huub bedoeld. Brildrager van het type met een zwaar montuur. Met hem kan ik uitermate goed door één deur. We hebben veel zaken gemeen, al lijken die oppervlakkig gezien groter dan bij nadere beschouwing. Zo houden we allebei van voetbal, maar zijn fan van verschillende clubs. Hij is supporter van NEC. “Gefeliciteerd met de overwinning van Nek.” We gaan op herhaling. “Gaan we wéér. Het is En-Ie-Cie. Je nek zit hier.” Zijn vinger priemt in het zachte vlees tussen oorlel en schouder. “Nee, dat is je hals toch?” Hoofdschuddend loopt ie weg, om even later te vragen of ik nog gevist heb. Zelf heeft ie ‘twee kerpers’ gefopt. Op mijn vraag, “is het kerper, of karper”, antwoordt hij, “kerper”. Mijn wijsvinger zeilt over mijn Samsung. Even wat zoetwatermonsters tonen. “Snoek? Zóóó, wat een log verken.” “Is het verken, of varken?” “Verken!” Hopeloos.

“Hé, doe ’s terug. Hó, die ja, wat is dat dan? Carnaval?” “Nee joh, Halloween bij de voetbal.” “O ja, jullie kennen geen carnaval hè. Saai volk daar boven de rivieren.” “Hoezo, ik kom er ook vandaan.” “Dat bedoel ik dus, ha, ha.” “Maarre, laat ’s kijken. Zie ik het goed, lig je in een lijkkist?” “Klopt, een ouwe voetbalmaat was verkleed als Magere Hein. Vervolgens kwamen er kleine voetballertjes langs. Als ze bij de grafkist arriveerden, tilde hij het deksel op en ontwaakte ik langzaam. Zogenaamd hè.”

Huub kijkt me met grote ogen aan. “Stelletje griezels. Ga normaal gein maken man!” “Ja, ja, een week feest vieren en twee weken de ziektewet in, met straateczeem.” “Hallo, ik was van de fiets gestuiterd ja! Klein ongelukje.” “Met een slok op.” “Daar lag het niet aan.” “Jongen, je hebt uitgebreid verslag gedaan. Indrinken bij je thuis en dan de stad in. Het keurslijf afwerpen noemde je dat. Paar dagen gek doen. Waggelend naar huis. Het sneuvelpercentage viel mee. Een maat moest worden meegezeuld en eentje was zoek. Die had thuis wat uit te leggen vertelde je nog met een schalks lachje en een knipoog. Niemand van jullie kwam door de dopingcontrole vanwege een overdosis aan wanprestatieverhogende middelen.” Huub is er flauw van. “Jullie domme boeren begrijpen niks van carnaval. Allemaal vooroordelen.” Tja, hoe zou dat komen…

Lampie

Lees ook

‘Een rooie aan de kant van de weg’ van Anne Tyler

Het Boek van de Week Micah Mortimer leidt een rustig en aangenaam leven. Hij heeft …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.