Home / lampie engel op klompen

lampie engel op klompen

Het geboomte staat te kort op de weg, die alsmaar drukker wordt. Dan weet je het wel, binnenkort wordt een ziekte in de bomen ontdekt en mag ‘voor de veiligheid’ de knetterbijl dodelijk te keer gaan. Ach, aan het uitzicht valt niets te verkloten. Oersaai grasland en kaarsrechte afwateringssloten, zo ver het oog reikt.

Plots heb ik het idee dat de Twingo een eigen wil krijgt en Nieuwleusen in wil. Komt niets van in. Rechtdoor jij! Als protest geeft de band er de brui aan en ontlucht zich. Hobbelde hobbel. Oeps, foute boel. Voetje van het gas. Achter mij worden er wat ongeduldig en gaan over tot passeren. Stapvoets sla ik een zijweg in. In de aap gelogeerd. ‘Shit, heb ik weer.’ Rampgedachten. ‘Straks vinden ze me pas volgende week, doodgevroren.’

O ja, wiel verwisselen. Bliksem, hoe ging dat ook alweer? Ik trek de muts van mijn raap en krabbel wat aan mijn kruin. Het moet een hulpeloos gezicht zijn geweest. Auto’s sjezen voorbij. Tot een Ford Capri in de remmen duikt. Het is een van de weinige karretjes die ik als automobielanalfabeet herken. Van de Dukes of Hazzard. Een jonge knaap op klompen stapt uit. Sjekkie in de mond. “He’j ellende?” In onvervalst dialect. Waarschijnlijk zag hij direct dat hij niet met de burgemeester van Nieuwleusen van doen had. In een nette pak, fris gekapt en mits zwijgend kan ik daar misschien wel voor doorgaan, maar niet op baggerlaarzen en rijdend in een Twingo, die al een maand lonkt naar de wasstraat.

“Lekke band.” “Och, zo gepiept.” Mijn redder hield van aanpakken. Nog geen kwartier later was de Twingo weer van de krik en het wiel vervangen. Volgens mijn helper in nood stelde het niets voor. Hij kwam net van z’n werk. Melken. Een boer in Oudleusen was tijdelijk geveld. Hij nam ’t over. “Waar woon je dan?” “Mastenbroekerpolder.” “Jongen, ik kan je wel kussen. Dat doe ik niet, daar komt praat van, maar je hebt je goede daad voor vandaag verricht.” Ik greep een biljet van twintig uit de knip en reikte hem dat aan. “Nee, nee, ben je gek.” “Ik sta er op. Koop maar een biertje.” “Wil je me dronken hebben of zo?” “Een bloemetje voor je vriendin mag ook.” “Heb ik niet. Er is nog geen een ingetrapt.”

Ik sta niet bekend om mijn overredingskunst, maar ben vastberaden. “Desnoods onder protest, maar pak aan!” “Hoezo, draai je anders de band er weer onder weg?” “Doe niet zo gek. Voor mij ben je de reddende engel.” “Een engel op klompen zeker, ha, ha. Graag gedaan joh, niet zeuren verder.” Een druk op de claxon en weg is ie, in z’n opgelapte Ford Capri… 

Lees ook

Rick Evers: Zilveruitjes

Ik weet niet zeker of ik tomaat lust. Gewoon een hele tomaat opeten doe ik …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.