Home / gerlant baron rengers

gerlant baron rengers

Jaren geleden was ik als loonwerker bij Baron Rengers op het Relaer aan het gieren. Op de ouderwetse manier met een strond tank mest op het maïsland rijden en de afspraak was dat Rengers zelf voor het onderwerken zou zorgen. Dat was immers verplicht.

Dagen waren we daar druk mee, Rengers had op zijn landgoed in elke schuur en in elke leegstaande boerderij vee zitten. Reed je over het landgoed, dan moest je niet raar opkijken als je ineens een grote kudde loslopende koeien tegenkwam, ook dat was normaal. Keek je in die oude boerderijen, dan stonden de koeien gewoon op de deel maar liepen ook door de woningen van de eens zo gerespecteerde voorhuizen van deze ‘kasteel’-boerderijen. Rengers verzorgde ze als zijn kinderen ze kwamen aan niets tekort maar voor mij was het idee best even wennen.

Rengers stond ook nog weleens in de krant, had hij hier of daar weer wat bomen laten kappen zonder vergunning aan te vragen. De Baron had soms nog al eens wat moeite met al die regeltjes en bemoeials die hem op zijn landgoed wilden vertellen wat wel en niet mocht. Hij en Van der Horst, de wet, dat ging niet altijd samen.

Zo ook met de mest, het was elk jaar weer een lijdensweg om dat spul uit de kelders te krijgen en op het land. Door zijn ‘moderne’ manier van boeren, hij voerde hoofdzakelijk biologisch natuurgras, hadden deze dieren zulke dikke mest dat het uren en dagen duurde voordat de machine weer een tankje vol had. Kubs met water moesten we bij mengen uit de gracht om het enigsinds vloeibaar te krijgen.

Van der Horst ken ik al mijn hele leven. Toen ik in de zeventiger jaren in Dalfsen op school ‘De Uitleg’ zat, werkte hij daar als agent. Als jochies waren we bang van hem want we kenden allemaal wel de verhalen van de grote stoere jongens over wat voor ‘een zeiksnor’ of hij wel niet was. De verhalen over hem en hoe hij omging met opgevoerde brommers… Hij woonde ook nog eens kort tegenover de school, we konden voor ons gevoel elk moment zomaar in de bak gezet worden.

Op een mooie voorjaarsmorgen begin ik weer om acht uur en breng een paar tanken met mest weg. De ‘boswachter’, zo noemden ze Rengers, moest gaan onderwerken. Ik had al enkele tanken weg gebracht, maar Rengers en de zijnen maakten nog geen aanstalten om onder te gaan werken.

Op een gegeven moment stopt er een blauwe auto bij het land aan de N35 en komt Van der Horst in burger kleren aan mij vragen of ik niet onder moet werken. Ik sta hem te woord, vertel dat Rengers dat moet regelen en dat ik alleen doe wat mij is opgedragen, ik gewoon als zzp-er in dienst van een loonwerker een paar centen proberen bij te verdienen.

Een uur later is hij er weer, in uniform en met een auto met strepen. Zijn dienst was begonnen en weer hebben wij een ‘goed gesprek’. Ik probeer hem af te bluffen met veel woorden. Hij vertrekt, gaat mijn opdrachtgever bellen en daarna Rengers, meldt hij mij. Ik scheit ondertussen in de broek, spring op de trekker van Rengers en ga zelf dan maar onderwerken. Als ik terug kom bij de put is het bij het kasteel al bekend. De anderen die er werken hebben het er over.

Maar de volgende tank, werk ik weer zelf onder. De boswachter komt me al gauw aflossen, schijnbaar heeft bromsnor toch de goede snaren geraakt. Uren en dagen gaat dit verder, schuddend door de trekker-cabine over de slecht onderhouden weggetjes over het landgoed van hot naar her. Koffie? Dat was er niet bij, maar de Baron zelf zat elke middag om vijf uur met zijn rug tegen het koetshuis te genieten van het uitzicht op zijn huis en genoot van een jonge borrel en een sigaar. Dat was publiek geheim.

Op een gegeven moment was ik er klaar mee, heb om vijf over vijf de trekker stilgezet en heb me bij hem gemeld. Ik lustte ook wel een borrel en een sigaar. We hebben elkaar even in de ogen gekeken, zoveel vrij postigheid was hij niet echt gewend. Na dat moment heb ik nog regelmatig in de keuken bij de familie onder in de kelder van het kasteel koffie gedronken.

Van der Horst is met pensioen, tegenwoordig vrijwilliger als chauffeur op de buurtbus en soms kom ik hem tegen. Elke keer denk ik dan weer, gelukkig was jij toen wijzer dan ik. Want jij wist dat als jij door zou zetten ik het haasje was en de Baron in zijn vuistje zou lachen.

gerlant@sallandcentraal.nl

 

Lees ook

Feuilleton: Retourtje Hammersloo – Hoofdstuk 8

(door Miny Vroegindewey) ….En ik was toe aan de volgende stap: Magda’ s biologische vader …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.