Home / archiefcentraal / lampie helletocht

lampie helletocht

Van dat laatste komt voorlopig niets. Uitchecken bij Arriva en weer inchecken bij NS. Op naar Utrecht. De plicht roept. Een spoorman sleept zijn kruis. Moeizaam, maar eerbiedwaardig. Was het even daarvoor nog kraakhelder, in Zwolle melden zich de eerste stapelwolkjes. Richting de Veluwe is het zelfs dreigend en donker. Een slecht voorteken. Drukte in de spoortunnel. Op de roltrap denderen studenten en forenzen jachtig voorbij. Het perron waar de trein richting Utrecht moet vertrekken stroomt vol. Dan een onheilstijding. Geen treinverkeer richting Domstad. De omroepster raadt aan te reizen via Deventer.

Nauwelijks is ze uitgepraat of de hel breekt los. Het vervoersautisme is op slag ten einde. Een jongeman, tot dan druk in de weer met zijn iPhone, blijkt behept met Gilles de la Tourette en neemt woorden in de mond die ik niet eens in de hand durf te nemen. Hij is niet de enige. Een collectieve scheldserenade volgt. Een meisje, die even daarvoor gebiologeerd het verbluffende design van de perrontegels stond te bestuderen, zucht demonstratief en moppert hardop, ‘altijd hetzelfde gelazer’. Het komt uit de grond van haar hart.

De stroom voert me mee naar een ander perron, waar horden mensen trachten een zitplaats te bemachtigen in de kleine dubbeldekker naar de koekstad. Het is ieder voor zich en God voor ons allen. Een vrouw van bingowaardige leeftijd wordt achteloos opzij gedrukt door een man die niet zo netjes is als zijn kledij suggereert. Mijn medereizigers ontpoppen zich tot primaten van de ergste soort. Een jong moedertje met een kinderwagen probeert het niet eens. Te druk. Te riskant. Een zitplaats? Geen sprake van, maar ik ben onderweg!

Zelfbeklag. Pfff, staan tot Deventer. Het is warm. Benauwd zelfs. Man o man, een moord voor een teug bronwater. Traag tikken de minuten weg. Lezen is geen optie. Ik voel een plasje opkomen, maar het pad naar de wc is geblokkeerd. Arme, arme ik… Kom, niet zo zielig”, vermaant een stemmetje in mijn hoofd. Ik sluit de ogen en nare beelden doemen op. Mensen opeen gepakt. Gekreun. De geur van zweet. En urine. Ontegenzeglijk. Geur wordt stank. Ondragelijke stank. De rit duurt uren. Bos, hei, paden, wegen, dorpen, steden, de trein raast maar door. De avond valt. Dan de stikdonkere nacht, tot eindelijk de morgenstond aanbreekt. Plots piepende remmen. De trein stopt. Deuren schuiven open. Het felle ochtendlicht doet pijn aan de ogen, maar eindelijk…, eindelijk frisse lucht. Achter de laatste wagon een gietijzeren poort, met de tekst ‘Arbeit macht frei’.

In Deventer stap ik over. Ik bemachtig een zitplaats en arriveer veel later dan gepland in Utrecht. “Zóóó, heb jij eventjes een helletocht achter de rug, of niet?” Nog ietwat van slag vanwege mijn schrikvisioen mompel ik, “och, dat mag geen naam hebben…”

Lees ook

Boek van de Week: Het Rosie resultaat

OMMEN – Het boek van de week van Bibliotheek Ommen is ‘Het Rosie resultaat’ van …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.