Home / archiefcentraal / zeilmakerij boerderij campingerij

zeilmakerij boerderij campingerij

Flink aanpoten
Een grote vriendelijke lobbes is het zeker, de hond van Bas en Adriënne ’t Hart. Weliswaar maakt zijn aanwezigheid het voeren van een gesprek wat lastiger omdat er zo nu en dan een natte snuit in je gezicht gedrukt wordt. Ook het maken van notities gaat wat moeizamer omdat er wordt verwacht dat je zijn speelbal door het huis gooit. Ach, het geeft helemaal niks. Dan duurt het interview maar wat langer. Het is gezellig en we zijn per slot van rekening op een camping. Haasten staat hier niet in het woordenboek en rustig aan doen is het devies. Hoewel, voor het stel, dat inmiddels twaalf jaar de camping runt in Lemele, is het soms flink aanpoten om de boel draaiende te houden. “In de winter pak je alle grote dingen aan. Het renoveren van de gebouwen, en schoonmaken en netjes houden van de camping, dat soort klussen.” En daar gaat genoeg tijd en energie in zitten, benadrukt Bas. “En in het hoogseizoen ben je natuurlijk dagelijks in de weer met de gasten”, vervolgt hij.
Geluk bij een ongeluk. Vandaag is een rustige dag voor het stel en Bas maakt graag tijd vrij voor een praatje en een kop koffie. De open instelling en hartelijkheid maakt dat je je al snel op je gemak voelt, ook al ken je elkaar nog maar net.

Boerenleven
Bas en Adriënne omschrijven zichzelf als echte buitenmensen. Aan de keukentafel vertelt Bas over hun jeugd, werk, de camping en hun zevenjarig avontuur in Denemarken. “Ik kom uit een burgergezin, zoals dat zo mooi heet. Mijn vader had een zeilmakerij waar ik vanaf mijn vijftiende ook aan de slag ging. Hij leerde me de kneepjes van het vak en uiteindelijk zou ik de zaak overnemen.” Van het boerenleven had de jonge Bas weinig kaas gegeven. Toch zag hij het leven op het land in een boerderij als een soort paradijs. “Midden in de natuur leven, met je eigen moestuin en voor je vee zorgen. Dat leek me als kind een prachtige manier van leven. Die jongensdroom kreeg vorm doordat we in de zomer altijd gingen kamperen in Ootmarsum. Dat vrije gevoel om zo in de natuur te leven, heerlijk gewoon.”

Droom uitgekomen
Bas ’t Hart vindt in Adriënne een vrouw met boerenbloed en ze trouwen. De zeilmakerij wordt verkocht en van het geld koopt het stel een bescheiden boerderij in Putten. Daar kwam alles bij elkaar. “Mijn jongensdroom werd realiteit. Ik woonde op mijn eigen boerderij. Met 1600 kippen en zestig schapen. En alles wat er verder maar binnen kwam. De rauwe melk haalden we gewoon op bij de buren. Het was een hobbyboerderij. Het repareren van zeilen en tenten deed ik er nog steeds bij naast. Maar mijn droom om op een boerderij te wonen, die was uitgekomen, daar in Putten.” Het stel blijft er een aantal jaren wonen.”
Het is een uitgebreid verhaal dat Bas optekent aan de keukentafel. Bevlogen vertelt hij anekdotes en haalt hij herinneringen op, terwijl hij in zijn werkoverall nieuwe koffie zet. Soms valt hij even stil, om vervolgens een nieuwe weg in te slaan in hun verhaal, hun geschiedenis.

Op naar het Jutland
In Putten neemt het gezin een drastische beslissing. Met hun vier kinderen, waaronder één baby, emigreert het echtpaar naar het Jutland van Denemarken. Het is in de negentiger jaren en er waren meer Nederlandse boeren die de sprong naar het buitenland waagden. “In Nederland was het houden van een boerderij praktisch onbetaalbaar voor ons. In Denemarken was het een stuk betaalbaarder”, verklaart Bas nuchter. Midden in de fjorden neemt familie ’t Hart een melkveehouderij over. De zaken gaan prima en de kinderen aarden goed in het Scandinavische land. “Veel mensen zijn sceptisch en negatief als je je met je kinderen aan zulke reizen waagt naar het buitenland”, legt de campinghouder uit. “Dat gezeul met kinderen, dat kan nooit goed zijn, vertellen ze je dan”. Bas ’t Hart legt uit dat het enerzijds inderdaad ingrijpend is voor kinderen. “Maar anderzijds geef je ze hele grote, mooie ervaringen mee. En het is onvoorstelbaar hoe flexibel kinderen zijn. Zij wennen overal. Veel sneller dan volwassenen.”

Dankbaar
Na zeven jaar in Denemarken besluit het stel toch terug te keren naar Nederland, om na een tweejarig verblijf op een camping van familie neer te strijken in het kleine Lemele. “Naarmate je langer in het buitenland woont, komen cultuurverschillen steeds duidelijk naar de oppervlakte”, legt Bas uit. “We merkten dat we lastig konden wennen aan het klimaat. Het waait er letterlijk áltijd.” Dat was echter niet het belangrijkste punt van twijfel. “De kerk en Deense cultuur overtuigde ons toch weer terug te keren naar Nederland. De Denen zijn hele vriendelijke mensen, maar het contact onderling is niet te vergelijken met hier. Spontaan een bakkie doen zoals wij nu doen, dat is daar not done, bijvoorbeeld.” Spijt van het Deense avontuur heeft het gezin niet. Die ervaring neemt niemand hen af. De vijftigers zijn vooral heel dankbaar. Voor alles wat ze hebben mogen doen en mee hebben gemaakt in hun leven.

Niets veranderd
We schudden elkaar de hand. Bas en Adriënne keren terug naar het werk op camping. Die moet er goed bij liggen, want ook dit jaar verwachten ze weer vele gasten te ontvangen. Met een tevreden lach zwaait Bas mij uit, met het campingveld op de achtergrond. Als ik wegrijd denk ik aan die jonge Bas, die van zijn vader leerde zeilen maken. Die jongen die ´s zomers op de camping in Ootmarsum stond. Na al die jaren is er eigenlijk niks veranderd.

Lees ook

Boek van de Week: Het Rosie resultaat

OMMEN – Het boek van de week van Bibliotheek Ommen is ‘Het Rosie resultaat’ van …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.