Home / archiefcentraal / hessel mulert naamgever brug over de vecht in ommen

hessel mulert naamgever brug over de vecht in ommen

Bruggehuis
De eerste brug die de beide Vechtoevers in Ommen met elkaar verbond, droeg het jaartal 1492 en werd gelegd door een van de leden uit het geslacht, dat steeds nauw met het stadje verbonden is geweest: Hessel baron Mulert. Nadien werden er nog vier bruggen over de Vecht gebouwd: in 1689, in 1868, in 1937 en de huidige brug in 1970. De laatste twee bruggen kregen de naam Hessel Mulertbrug. Reeds voor de bouw van de eerste brug over de Vecht werd voor het passeren van de rivier op die plek tol geheven. In 1434 en later in 1447 pachtte de Stad Ommen dit recht van de Bisschop. In 1532 werd een zogeheten Bruggehuis gebouwd, dat in 1758 werd uitgebreid met een Bruggekamer.

Bruggemeester
De bruggemeester hief Bruggetol van degene die de brug over wilde. Van 1697 tot 1703 was Hendrik Jansen bruggemeester in Ommen. Hij moest behalve het innen van bruggetol ook zorgen dat de brug regelmatig geveegd werd en bij de minste gladheid met zand bestrooien, de brug op- of neerlaten en het Bruggehuis zonder betaling netjes en zindelijk bewonen. De bruggemeester was tevens tapper van de sociëteitskamer waar de burgers nog wel eens bijelkaar kwamen en sterke drank verkocht mocht worden. In 1821 was Peter van Munster de bruggemeester. Toen het oude stadhuis aan het Vrijthof te bekrompen werd bevonden, besloot de raad tot nieuwbouw op de plek van het Bruggehuis. Het nieuwe raadhuis komt er in 1828, waar dan ook het Bruggehuis in onder is gebracht. Bruggemeester wordt dan Johannes Cornelis Weelink. In 1841 wordt de tol met het bruggehuis weer in het openbaar verpacht. Pachter wordt opnieuw Weelink. Als deze er in hetzelfde jaar er mee ophoudt, besluit de gemeenteraad de inning van de tolgelden niet meer openbaar te verpachten, maar rechtstreeks in handen te geven van “Postmeisters” Willem Jansen. Tot 1856 zijn achtereenvolgens bruggemeester: Gerrit van Munster, Jan Willem van Maurik, Karel Gerrits, Johanna G. Nevels-Weenink, Gerrit Spijkerbos, Anthonius Assendorp en Derk Stegeman. De laatste is tevens horlogemaker. In 1899 krijgt Zwier Kampman de functie van bruggemeester onder de voorwaarde dat zijn vader Jannes Kampman bij hem in mag wonen. Zwier Kampman wordt tevens benoemd tot stadsbode in het raadhuis van Ommen. In 1919 wordt de Bruggetol weer openbaar verpacht en gegund aan de hoogste inschrijver A.J. van Aalderen, die op zijn beurt de inning overlaat aan J.H.M. Wissink. Wissink bewoond als bruggemeester de brugwachterswoning tot 1923. Als de twee afzonderlijk gemeenten Stad-Ommen en Ambt-Ommen in 1923 samen verder gaan als één gemeente wordt de Bruggetol afgeschaft. De brugwachterswoning wordt vervolgens in 1925 bij het stadhuis aangetrokken.

Hessel Mulertbrug
In 1936 wordt een aanvang gemaakt om de oude ijzeren ophaalbrug uit 1868 te vervangen voor een vaste betonnen brug. Dit in combinatie met de aanleg van een rondweg. Een half jaar lang is aan de nieuwe brug gewerkt. Zolang kan gebruik gemaakt worden van een noodbrug. De klus verliep niet altijd van een leien dakje. Zo moet in september het heiwerk enkele dagen worden gestopt vanwege de hoge waterstand van de Vecht. Op 9 april 1937 wordt voor het laatste aan de brug gewerkt, die dan al op 21 december 1936 voor het verkeer in gebruik is genomen. Op 29 september 1937 volgt een officiële en feestelijke opening van de nieuwe brug en nieuwe weg. De nieuwe weg krijgt de naam Julianastraat. De straat die dan tussen de Vecht en het gemeentehuis ligt krijgt de benaming: Vechtstraat. Tot aan de (ver)bouw van het gemeentehuis in de vijftiger jaren wordt er aan deze straat nog gewoond. Daarna blijft de naam, echter bij de aanleg van een nieuwe Hessel Mulertbrug in 1970 verdwijnt de Vechtstraat.

Oorlog
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog heeft de Duitse bezetter een poging gedaan om de Hessel Mulertbrug op te blazen. Alle nog aanwezige munitie zoals bommen en dynamietstaven werden in de nadagen van de oorlog bij- en onder de Vechtbrug aangebracht. Een explosie zou niet alleen de brug maar ook een groot deel van Ommen verwoesten. Bewoners uit de binnenstad moesten op 10 en 11 april 1945 daarom elders onderdak zoeken. Een grote ontploffing van de brug bleef gelukkig uit. Wel was er schade aan woningen en een gat van ruim een meter midden in de brug. De brug kon provisorisch hersteld worden en verhinderde het Canadese leger niet in hun opmars richting het Noorden om de bezetters te verjagen. Een onderdeel van de Engelse Royal Engineers (genie) heeft de Hessel Mulertbrug kort na de bevrijding van Ommen gerepareerd. Deze militairen bivakkeerden in de school op het Vrijthof.
Tot zover deze derde en tevens laatste serie de brug over de Vecht. Onder de titel “Hessel Mulert naamgever brug over de Vecht in Ommen” verschenen eerder twee artikelen over deze brug. Voor meer foto’s zie de website OudOmmen.nl

Bron: Harry Woertink

Lees ook

Lifeline van Serious Request onthaald in Ommen

OMMEN – De dj’s van 3FM zijn maandag onthaald in Ommen. Ze trekken met hun …

Home / / hessel mulert naamgever brug over de vecht in ommen

hessel mulert naamgever brug over de vecht in ommen

Wat waren ze blij in Ommen toen in 1937 een einde kwam aan het gedaver van boerenwagens en auto’s over de oude ijzeren brug over de Vecht. De komst van een grote nieuwe betonnen brug met eveneens een nieuwe weg aan de oostkant van Ommen zorgde voor minder lawaai en een veel betere en snellere verbinding tussen de zuid- en noordkant van Ommen. Gadegeslagen door veel Ommenaren en muzikaal ondersteund door de muzikanten van Crescendo werd de brug en nieuwe weg officieel opengesteld op 29 september 1937.

Bruggetol

De rijke edelman Hessel Mulert, die tussen 1456 en 1466 schout van Hasselt was, kreeg de opbrengst van de tol van de eerste brug tot het moment dat deze door de stad met 200 Rijnsguldens zou worden afgekocht. In 1497 overleed Hessel Mulert. De stad kreeg daarna toestemming van de Bisschop van Utrecht om iedereen die de brug wilde passeren tol te laten betalen. De stad moest aan de Bisschop hiervoor elf heerenponden per jaar betalen. De betaling van de tol geschiedde meestal in natura. De zogeheten bruggerogge. De bruggemeester/tolgaarder zorgde voor het innen van de tol en moest tevens “de brugge met den bessem schone maken en klaar houden”. De inwoners van de stad waren vrijgesteld van de tolheffing. De boeren buiten Ommen moesten naar draagkracht betalen, afhankelijk van het aantal paarden dat men bezat. Een “volle boer” met meer dan twee paarden betaalde een schepel klare rogge. Een “halve boer” met één of twee paarden betaalde een halve schepel en keuterboeren zonder paard zeven stuivers. Voor de boeren vormde de vereiste levering van “klare rogge” geen enkel beletsel om het slechtste deel van hun oogst af te staan. Na de Bisschoppelijke macht kwam de pacht rechtstreek in kas van de stad. Het mogen heffen van de Bruggetol werd om de zes jaar door de stad in het openbaar aan de meestbiedende verpacht aan derden. Een advertentie in de Overijsselsche Courant uit 1827 roept belangstellenden op hiervoor in te schrijven. Het gemeentebestuur maakt melding dat in de pacht tevens begrepen is de vrije bewoning van het Bruggenhuis, die in dat jaar zal worden ingericht als herberg. Bovendien laat het stadsbestuur weten dat naast het Bruggenhuis een tot Rechthuis dienden Stadhuis gebouwd gaat worden: “Het Gemeentebestuur der Stad Ommen zal onder nadere approbatie van H. E. G. A. Heeren Gedeputeerde Staten, van Overijssel op Vrijdag 3 november 1827, des morgens ten tien uren, ten Raadhuize ter Stede Ommen, in het openbaar, voor den tijd van zes Jaren, Verpachten: De Tol der Vechtbrug te Ommen. Zijnde onder de Pacht tevens begrepen de vrije bewoning van het aan de Vecht gelegen Bruggenhuis, hetwelk, volgens reeds gedane Aanbesteding, voor den eerste Juni aanstaande, tot eene groote en zeer geschikte Herberg, zal worden ingerigt, te belangrijker door het daar naast te plaatsen tot Regthuis dienende Stadhuis”, aldus de advertentie van het stadsbestuur. Bij de samenvoeging van de gemeenten Stad-Ommen en Ambt-Ommen in 1923 kwam een einde aan de tolheffing.

Schade aan bruggen
De constructie van de eerste houtenbrug over de Vecht was niet stevig, zo bleek na een zware ijsgang. De brug dreef bijna geheel weg. In 1572 bleven slechts drie palen van de brug overeind. De armoedige toestand van de stad noodzaakte dat naar geldschieters uitgezien moest worden om de schade aan de brug te kunnen herstellen. Er werd hulp ingeroepen van naburige jonkers en kloosters. Zij kwamen het stadsbestuur tegemoet met deels geld en deels hout. De stad zelf kon 200 gulden uit de stadskas er aan bijvoegen. Zodoende kon de brug weer hersteld worden. In 1599 werd opnieuw de brug beschadigd door zware ijsgang in de Vecht. Ook in januari 1657 was het hoge water en ijs oorzaak van zware vernielingen aan de brug. Voor herstelling van de schade in 1684 moest de stad geld lenen. Toen in 1689 wederom 30 brugpalen waren weggespoeld, moest er een nieuwe brug gebouwd worden. Deze was van beter dan de eerste brug en houdt het vol tot 1868 als er een nieuwe ijzeren ophaalbrug op dezelfde plek wordt aangelegd. De plaatselijke notaris mag voor de stad de restanten van de oude brug verkopen: In een krantenadvertentie als volgt omschreven: “Op 7 september 1869 verkoopt notaris Mulert in Ommen publiek de restanten van de brug. De geheele Afbraak der oude brug en die der nieuwe noodbrug over de Vecht, bestaande in een aantal perceelen Eiken en Vuren Balken, Palen, Planken en IJzerwerk; voorts een nieuwen tonwatermolen en nieuwen takel en blokken”.

Stadhuis en Stadsherberg
Het gemeentebestuur houdt zich aan de toezegging die ze in de advertentie deed, want in maart 1828 wordt door burgemeester Mr. W.A. van Laer de eerst steen gelegd van een nieuw te bouwen stadhuis aan de Vechtoever. Deze ‘eerste’ steen is nog steeds zichtbaar in de muur naast de ingang van het tegenwoordig daar gevestigde Tinnenfigurenmuseum. In het nieuw gebouwde raadhuis is een genoeglijke combinatie ondergebracht van kantongerecht, griffie, woning van de bruggemeester, tevens tolgaarder van de bruggetol, een herensociëteit en stadsherberg. Het gebouw kent twee zalen: één bestemd als kantongerecht en één raadszaal die gebruikt wordt voor de vergaderingen van de gemeenten Stad- en Ambt Ommen. In de herensociëteit houden vooraanstaande Ommenaren hun bijeenkomsten.

Bij de verbouw in 1925 van het gemeentehuis kwam een einde aan de stadsherberg en de brugwachterswoning. Beiden worden bij het gemeentehuis gevoegd. Door uitbreiding van gemeentelijke taken werd het noodzakelijk om het gemeentehuis te verbouwen en verder uit te breiden. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw worden de huizen aan de westkant van het gemeentehuis gesloopt. De oostelijke vleugel van het gemeentehuis blijft grotendeels in tact. Door architect H.Meijerink wordt het oude raadhuis ingepast in de nieuwbouw. De vorm van de bebouwing aan de Markt en de ligging van het gebouw zijn van grote invloed geweest op de indeling en vormgeving. Op 31 mei 1956 wordt de verbouwde gemeentehuis aan de Markt 1 officieel in gebruik genomen. Na zo’n 35 jaar na de uitbreiding is het gemeentehuis opnieuw te klein. Daarom verrijst aan de noordkant van Ommen een geheel nieuw gemeentehuis. Deze onder architectuur van J.Risseeuw gebouwd gemeentehuis aan de Chevalleraustraat 2 kon op 11 november 1982 officieel worden geopend.

In deel 3 meer over de geschiedenis van de bruggen in Ommen.

Bron: Harry Woertink

Lees ook

Sociale Tuin Nieuwleusen ontvangt taart van D66

NIEUWLEUSEN – Als blijk van waardering voor de inzet van vrijwilligers geeft D66 Dalfsen jaarlijks …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.