Home / archiefcentraal / voorbrug de voorstad van ommen

voorbrug de voorstad van ommen

Door: Harry Woertink

In de achttiende eeuw bestond de Voorbrug uit een pleintje dat ‘de brink voor de brugge’ werd genoemd. Het pleintje lag op een kruispunt van wegen: via de Vechtbrug naar het centrum van Ommen of verder. Naar het treinstation (sinds 1903) en via de Zwolseweg naar Vilsteren, Dalfsen of Zwolle. Of richting Den Ham/Lemele en Junne/Beerze.

De naam Brink verdween en ‘voor de brugge’ kreeg als adres: ‘Voorbrug’. De oudste bewoning was op de plek van De Zon en verder ten oosten van dit hotel. Het gebied vóór de Vechtbrug behoorde vroeger tot de buurtschap Zeesse. Aangenomen wordt dat er in 1787 een school in Zeesse heeft gestaan. Tussen 1852 en 1884 gaf meester Jan Pieter Grolle les in het huis waar later dokter C.J. Warnsinck woonde en in 1830 werd gebouwd door burgemeester J.A. Chevallerau. De woning van Warnsinck is in 1949 gekocht door hotelier Gerrit Stegeman en in 1954 afgebroken om de weg breder te maken. Het tuinhuis dat bij het huis van Warnsinck hoorde staat er nog steeds. In de zomer wordt van daaruit ijs verkocht door Ekkelenkamp.

Bij de invoering van het Kadaster in 1832 wordt mr. Albertus Sandberg aangemerkt als bezitter van de Marke Zeesse, inclusief Het Laar. Bij het einde van de Marke is er dan ook geen verdeling van grond nodig. Uit het bevolkingsregister met opgave van het aantal gezinnen blijkt dat in het gebied van ‘voor de Brugge’ in 1795 sprake is van 5 gezinnen, goed voor totaal 41 personen. In 1839 gaat het om 27 huizen en 106 personen. Toen de Voorbrug zich uitbreidde, kwamen er verschillende bedrijven als tapperijen en logementen, bakker, schilder, schoenmaker en een smid.

De Roskam
Sinds eind 1600 is al sprake van logement De Roskam. In 1776 zijn eigenaren Gerrit en Hendrik Nagel. De Roskamp wordt in 1791 genoemd als een van ouds gerenommeerd logement en stalling als aan de tapkast staat kastelein Jan Kok. Halverwege het jaar achttienhonderd is Engbertus Mensink logementhouder en na zijn overlijden de weduwe Mensink. De boeren aan de zuidkant van de Vecht die op marktdagen Ommen komen bezoeken, stallen hun paard en wagen bij dit logement en gaan dan te voet het ophaalbruggetje over naar de markt. Het op de markt verhandeld vee gaat voor even de stalling in van het logement, zodat nog een borreltje gedronken kan worden voordat het weer richting thuis gaat.

Omstreeks 1842, als Masier logementhouder is, krijgt het logement een nieuwe naam: De Koppelpaarden. De diligence houdt er halt. In 1888 wordt logement De Koppelpaarden aangekocht door Johannes Rutgerus Marinus Jansen, hotelier van het aan de overkant van de straat gelegen De Zon. Hij koopt het uit concurrentieoverwegingen. In 1892 komt er dan ook een einde aan De Koppelpaarden en het pand wordt afgebroken. Op dezelfde plek wordt in 1893 een nieuwe kazerne van de Koninklijke Marechaussee gebouwd. Na het vertrek van de marechaussee in 1925 wordt het pand gesplitst. Aan de ene kant vestigt zich kapsalon Beijer en aan de andere kant van het pand fotograaf Terra.

Hotel De Zon
In 1885 is genoemde J.R.M Jansen getrouwd met Maria Bosch. Laatstgenoemde is de weduwe van de in 1883 overleden Lambertus Koggel, die sinds 1880 eigenaar was van het tegenwoordige hotel De Zon. In 1881 kreeg Koggel als logementhouder vergunning voor de verkoop van sterke drank in het klein en het houden van een stalhouderij. Maria Bosch is eerder weduwe van Gerrit Spijkerbos. Op 10 maart 1893 krijgt Jansen een vergunning om sterke drank te verkopen in de ‘gelag- en sociëteitskamer’ van het door hem dan nieuw gebouwde hotel De Zon. Jansen overleed in 1905. Eigenaar werd toen zijn stiefzoon Gerhardus Spijkerbos.

Na het overlijden van Spijkerbos in 1921 trouwde zijn weduwe met Johannes Lokin, die in 1945 overleed. Tussentijds werden verschillende pandjes aan de oostkant van het hotelcomplex toegevoegd, zoals de garage van Spaai en de tapperij van Karel Gerrits, die naar het Zwarte Paard verhuisde. Er werd een koetshuis bij het hotel gebouwd. De stalruimte bleef. De naast het koetshuis gelegen woning, laatstelijk bewoond door het echtpaar R. Seinen-van Elburg en hun zoon Hendrik is in 1963 gesloopt.

Hotel Stegeman
Op de plek van het huidige Chinees restaurant stond eerder hotel Stegeman. Stegeman begon in 1909 met een klein café en stalling. Om de bouw van een hotel mogelijk te maken verdween het cafeetje in 1930. Toen werd ook het naastgelegen pandje afgebroken van groenteboer Evert van der Linde, waar eerder horlogemaker Van der Kolk was gevestigd voordat deze naar de Brugstraat verhuisde. Er zijn maar weinig straten of pleinen in oud Ommen die zozeer van karakter veranderd zijn als de Voorbrug. Vanaf de Stationsweg gezien is de bebouwing aan de rechterzijde vrijwel geheel verdwenen. Het Buitengoed Moesbergen is in 1892 gesloopt. Daarvoor komt dan in de plek de in hetzelfde jaar door burgemeester Wentholt gebouwde villa met de naam Benvenuta. Deze gaat in 1971 tegen de vlakte in verband met de verlegging van de Vechtbrug. Enkele jaren eerder sneuvelen de markante woning, winkel en werkplaats van schilder Carel Joseph Siero. De familie Siero woonde hier sinds 1847 en wist in 1855 met het aankopen van twee huisjes aan de Voorbrug hier hun bedrijf verder uit te breiden.

De Voorbrug was ooit het eindbusstation van de lijndiensten. Er was een bankfiliaal, schilderswinkel, kruidenier, kapsalon, fotozaak, groentewinkel en een petroleumhandel. In het voormalige koetshuis van hotel De Zon was de eerste bioscoop van Ommen.

Morgen, in deel 2, meer over de Voorbrug, de voorstad van Ommen.

Lees ook

Lifeline van Serious Request onthaald in Ommen

OMMEN – De dj’s van 3FM zijn maandag onthaald in Ommen. Ze trekken met hun …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.