Home / archiefcentraal / van een vader en een zoon 2 hoofdstuk 24

van een vader en een zoon 2 hoofdstuk 24

‘Que Sera, Sera, Whatever will be, will be, the future is not ours to see.’
(Que Sera, Sera – Doris Day)

Hoewel Ma tot het einde toe helder bleef, ging haar lichamelijke conditie snel achteruit. De laatste twee dagen waakten wij zoveel mogelijk bij onze moeder, en wij beseften dat wij spoedig afscheid moesten nemen van haar. Ma had er volledig vrede mee, en ze was niet bang om te sterven. “Het is goed zo kinderen. Ik ben oud en moe. Het is mooi geweest”, zei Ma meerdere keren. Ook drukte ze ons op het hart om elkaar niet uit het oog te verliezen. “Nu hebben jullie elkaar nog, en het leven is te kort om in onmin met elkaar te leven.”

Uiteindelijk overleed onze moeder in volle vrede, te midden van ons vijven: Tony, Robert, Roberts kinderen Magda en Timo, en ik. Tijdens de druk bezochte uitvaart werd Ma’s lievelingslied Que Sera, Sera gespeeld. Que Sera, Sera was ook een van haar lijfspreuken. “Niemand kent zijn bestemming. Niemand weet van te voren hoe het leven verder zal verlopen, en hoe de toekomst zal zijn”, zei Ma dikwijls.

Onze laatste dagen met onze moeder waren bijzonder geweest. Ik realiseerde mij dat ik definitief verder moest zonder onze moeder. Het leven had haar en ons beslist niet gebracht wat wij verwacht hadden. “Ach kind, het leven gaat altijd anders dan je verwacht en plant. Maar hoe dan ook, het leven heeft ook mooie verrassingen, en kan zo mooi zijn”, zei Ma dikwijls tegen mij. Onze band was de laatste jaren heel goed en hecht, en wij hadden goede gesprekken. Ma sprak openhartig over haar jeugd, en ik genoot van haar bijzondere verhalen over vroeger, en haar ouders.

Ma groeide, net zoals onze vader, op in een welgesteld gezin met huispersoneel. “Mijn grootouders hadden nog een echte butler. Net zoals in Downtown Abbey, en bij ons thuis hadden wij dienstmeisjes, keukenhulpen en een kokkin. Toen wist ik niet beter, en vond ik alles vanzelfsprekend. Het was voor ons wel gemakkelijk, want alles werd voor ons gedaan. Geloof mij maar, het was hard werken voor ons personeel. Gelukkig waren onze ouders goed voor hun personeel, maar dat was dikwijls wel heel anders”, vertelde Ma.

Ma liet mij dikwijls foto’s zien van haar ouders en grootouders, en haar ouderlijk huis. Ook sprak zij regelmatig over Otto Ringelberg, de buitenechtelijke zoon van opa Smeulders en dienstmeisje Leentje. “Jullie opa Smeulders had wel zoveel op zijn geweten, dat is onvoorstelbaar. En hij had een ellendig leven op het laatst. Hij was oud, ziek en gebrekkig en er was nauwelijks iemand die naar hem omkeek. De man zaaide en oogstte ellende en rampspoed, en hij stierf eenzaam. En ik vind het geweldig zoals Otto en zijn moeder Leentje terecht zijn gekomen. Leentje was een lief en bescheiden meisje, dat hard werkte. Ik ben zo blij dat zij zoveel bereikt heeft, en zo’n goede man heeft getroffen”, vertelde Ma.

Ook hadden Ma en ik samen veel plezier, en konden wij eindeloos lachen om de meest onbenullige dingen. Zij had een bijzonder gevoel voor humor, en kon heel raak uit de hoek komen. Ik zou haar enorm missen, maar gelukkig had ik goed contact met mijn broers, en met Magda en Timo. Tijdens de uitvaart van onze moeder waren ook onze oom Otto Ringelberg en neef Rudo van Gelderen aanwezig. Zij spraken vol genegenheid en respect over Ma. “Een geweldige vrouw, en ze had een grandioos gevoel voor humor. Ik ben echt blij dat ik haar heb mogen ontmoeten”, zei Otto. Zijn warme woorden deden mij echt goed. En ik wist dat het leven hoe dan ook verder ging.

‘Que Sera, Sera, Whatever will be, will be, the future is not ours to see.’

Wordt vervolgd

Lees ook

Boek van de Week: Het Rosie resultaat

OMMEN – Het boek van de week van Bibliotheek Ommen is ‘Het Rosie resultaat’ van …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.