van een vader en een zoon 2 hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6 Echo’s van het verleden en een vriendschap

De echo’s uit het verleden bleven mij achtervolgen, en werden steeds grimmiger. In de buurt was iedereen op de hoogte van het verleden van mijn vader. Ineens wist iedereen van het faillissement van mijn vaders bedrijf, en het was heel pijnlijk om te ervaren hoe gehaat mijn vader nog steeds was. In de buurt werden wij gemeden, en Pa werd op straat uitgescholden en bespuugd. Pa sloot zich steeds meer op in huis, en hij werd steeds somberder en prikkelbaarder.

Aan mijn vader hoefde ik niets te vragen over zijn verleden, want zodra ik hierover begon, werd hij boos en antwoordde hij kortaf: ‘Dat is geweest, en daar praten wij niet meer over’. Mijn moeder was openhartiger, maar ook zij vertelde niet alles. “Kind, daar wordt je echt niets wijzer van. Later als je ouder bent, zal je het wel begrijpen”, zei Ma meestal. Uit hetgeen Ma vertelde, en wat ik zelf ook wel herinnerde was, dat Pa vroeger rijk was. Maar zijn bedrijf ging failliet, en Ma vertelde mij wel dat dit beslist niet alleen de schuld was van Pa.

Later liet Ma mij na lang aandringen enkele krantenberichten lezen over het faillissement. “Je komt er toch wel achter, en je bent geen klein kind meer. Uiteindelijk heb je wel recht op de waarheid, en ik heb liever dat je het van mij hoort dan van andere mensen”, zei Ma terwijl ze diep zuchtte.

In de krantenberichten las ik over het faillissement van Pa’s bedrijf, de boekhouder, die voor duizenden guldens had gefraudeerd, en over verzwegen inkomsten voor de fiscus. Verder las ik dat Pa op grote voet leefde, en hij grote zakelijke risico’s nam. Uiteindelijk leidde dit tot het faillissement van Groothandel Smeulders.

Pa was vooral gehaat door de manier waarop hij zijn personeel behandelde. Hij was zeer autoritair en werknemers die hem niet aanstonden, werden gemakkelijk ontslagen en vervangen door anderen. Na het faillissement kwamen alle werknemers op straat te staan, en men legde hiervoor de schuld en verantwoording bij Pa.

Hem werd verweten dat hij in grote luxe leefde en zich niet bekommerde om zijn werknemers. Het was pijnlijk om deze verhalen over mijn vader te lezen. Dat Pa autoritair kon zijn, ondervond ik zelf ook, maar ik kende als geen ander zijn andere kant. Die van de toegewijde vader, die mij stimuleerde om verder te leren, en mij hielp met mijn huiswerk.

“Marion, ik ben toch zo trots op jou”, prees Pa mij als ik hem mijn schoolrapporten liet zien. Ondanks alle ellende en hun echtscheiding respecteerden mijn ouders elkaar, en Ma wilde geen kwaad woord horen over Pa. Ma benadrukte dat ik Pa moest gehoorzamen en respecteren. “Hij meent het niet zo kwaad, en heeft het beste met je voor. Die man heeft het al zo moeilijk”, zei Ma steevast als ik klaagde over de onredelijkheid van Pa. Maar voor mij was het leven ook moeilijk. Ik werd uitgescholden, buurtkinderen wilden niet met mij spelen, en ik was enorm eenzaam.

Wat was ik blij met mijn vriendin Lydia en haar ouders, die ik spoedig tante Tineke en oom Ruud noemde. Bij hen werd ik altijd gastvrij ontvangen, en met hen kon ik praten over mijn vader en zijn verleden. “Ieder mens maakt fouten en een faillissement is ellendig genoeg. De mensen oordelen veel te hard en te snel. Jouw vader kan echt trots zijn jou”, zei tante Tineke, terwijl zij haar arm om mijn schouders legde. Tante Tineke en oom Ruud hadden het niet gemakkelijk, want oom Ruud was invalide en kon niet meer werken. Zij hadden weinig geld, maar desondanks waren ze altijd opgewekt. Er ontstond een bijzondere vriendschap.

Wordt vervolgd