Home / archiefcentraal / van een vader en een zoon 2 hoofdstuk 5

van een vader en een zoon 2 hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5 Echo’s van het verleden

Van mijn vaders verleden was niemand in de buurt op de hoogte, maar dat veranderde toen ik 11 jaar oud was. Op een zaterdagmiddag werd Pa op straat aangesproken door een vroegere werknemer, die hevig tekeer ging tegen hem. ‘Dankzij jou zit ik nog steeds in de WW en heb ik mijn huis moeten verkopen! En jij de ‘mooie’ meneer uithangen, en wij konden barsten!’, raasde de man tegen Pa. Wat hij daarmee bedoelde, begreep ik pas later.

De man bleef razen, en ik stond te trillen op mijn benen. ‘Loop alvast naar huis, en neem Pluto mee. Hier heb je de sleutels’, beval Pa terwijl hij mij resoluut naar voren duwde. Samen met de hond liep ik richting huis. Van een veilige afstand hoorde ik de man nog steeds razen tegen Pa.

Even later kwam Pa thuis. Hij zag ongewoon bleek, en hij plofte neer in zijn stoel. ‘Wie was die man en waarom deed hij zo boos tegen u?’, vroeg ik. ‘Dat doet er niet toe. Ga nog een eindje lopen met Pluto, en laat hem uit bij het veldje’, antwoordde Pa kortaf. Gehoorzaam lijnde ik Pluto aan, en liep naar het veldje aan het einde van de straat. Ik wist dat ik op zulke momenten Pa niets moest vragen, en zeker niet tegenspreken, want dan kon hij heel boos worden.

De boze man zag ik niet meer. Toch liet het mij niet los. Waarom was die man zo boos op Pa? Daar kwam ik de volgende dag op school al snel achter. De boze man bleek de vader te zijn van mijn vriendinnetje Charlotte, die ineens niet meer met mij wilde spelen. ‘Door jouw vader heeft mijn papa geen werk meer. Jouw vader is een hele gemene man. Ik wil nooit meer met jou spelen’, schreeuwde Charlotte. Al spoedig ging het feit dat ik de dochter was van de failliet gegane ondernemer Ewout Smeulders alias De Zonnekoning, als een lopend vuurtje door school en de buurt.

Ineens wilde niemand meer met mij spelen, en werd ik dagelijks uitgescholden door mijn vroegere vriendinnetje Charlotte en de andere kinderen. Ik begreep er niets van. Ik had toch geen ruzie met de vader van Charlotte, en ook niet met haar. Bij Pa hoefde ik niet aan te komen met mijn sores. ‘Schelden doet geen zeer. Kom op, je bent een grote meid. Over twee maanden is het vakantie, en daarna mag je naar een andere school’, was de enige ‘troost’ die Pa mij gaf.

Ik was 11 jaar en grotendeels op mijzelf aangewezen. Mijn broers Tony en Robert zag en sprak ik zelden. Pa en ik leken niet te bestaan voor hen, en ik miste hen ook niet echt. Op school was ik een ‘buitenstaander’ geworden en ik telde niet meer mee. Kinderen wilden niet meer met mij spelen, en ik werd ook bij niemand thuis uitgenodigd.

Totdat Lydia bij mij in de klas kwam. Lydia was pas geleden naar Zwolle verhuisd. Zij was groot en fors, en voor niemand bang. Lydia nam het voor mij op als ik werd uitgescholden. Al spoedig werden wij vriendinnen, en mocht ik bij Lydia thuis komen spelen. Bij Lydia thuis was het altijd gezellig, en ik kwam er heel graag. Lydia’ s moeder was een lieve vrouw, die heerlijke koekjes bakte.

Lydia en haar ouders waren op de hoogte van mijn vaders verleden, maar zij keken er mij niet op aan. ‘Daar kun jij niets aan doen, en jij bent altijd welkom bij ons’, zei haar moeder en zij gaf mij een zoen. Maar de echo’s uit het verleden bleven mij achtervolgen, en werden steeds grimmiger.

Wordt vervolgd.

Lees ook

Boek van de Week: Het Rosie resultaat

OMMEN – Het boek van de week van Bibliotheek Ommen is ‘Het Rosie resultaat’ van …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.