Home / archiefcentraal / het rendement van het welzijnswerk

het rendement van het welzijnswerk

Ik kon daar op dat moment geen volledig antwoord op geven, maar wil nu alsnog een poging wagen.

In de aanloop van mijn antwoord wil ik graag teruggrijpen naar de geschiedenis. Welzijnswerk kent namelijk een behoorlijk lange traditie. De basis werd nog eerder gelegd maar aan het begin van de vorige eeuw had het jeugd en welzijnswerk iets stichtelijks of verheffends. Welzijnswerk was verbonden aan kerken (overigens nu nog). Het jongerenwerk was vooral gericht om te zorgen dat jonge mensen hun leven en gedrag zouden richten naar Bijbelse normen.

Ook de oud-socialistische stroming had haar welzijnswerk. Bekend zijn misschien nog de bijeenkomsten op de Paasheuvel op de Veluwe. Dit kende zijn hoogtijdagen in de jaren voor de 2e wereldoorlog. Hier zat iets verheffends in. De jonge mensen moesten vooral veel van de wereld leren. Zang, dans, muziek en literatuur leverden daarbij een grote bijdrage. Bevrijding uit het juk van de sociale en economische ongelijkheid door het bevorderen van kennis. Dominees, pastoors of onderwijzers vormden het hart van het vroegere welzijnswerk.

Na de 2e wereldoorlog lag het accent van het welzijnswerk op individuele ontplooiing. Het verleggen van grenzen. Alles ter discussie stellen. En de laatste 20 jaar is het welzijnswerk meer gericht op het aanleren van normaal gedrag. Of anders gezegd, het tegengaan van buitensporig (crimineel) gedrag. Met name bij opbouwwerk van jongeren. Vandaar, en dat zie ik ook in de gemeente Dalfsen, dat het jeugd- en jongerenwerk ook zo wordt gewaardeerd door de politie.

In de geschiedenis is het welzijnswerk dus altijd aanvullend geweest. Eerst aanvullend op de ouderlijke opvoeding en later aanvullend op de overheidsinstellingen.

Door de jaren heen is het welzijnswerk dus veranderd en heeft het zich aangepast aan de maatschappij. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat het welzijnswerk de gaten dicht die andere organisaties en instituten laten liggen. Onze maatschappij laat ook steken vallen. Pedagoog Mischa de Winter zet zich bijvoorbeeld af tegen het doorgeschoten individualisme in de opvoeding. Elk kind een aandoening. Alle ouders op opvoedcursus. Meldpunt zus, meldpunt zo. Grote onzin zo meent hij. ‘We moeten sociale netwerken versterken’.

He lijkt alsof de opvoeding geslaagd is als het kind niet ontspoort en zich goed gedraagt, maar waar het om gaat is dat je een kind leert wat vrijheid betekent bijvoorbeeld. Dat het leert omgaan met conflicten en verschillen. En dat het niet denkt en termen van ‘wij’ en ‘zij’.

Helaas moeten wij dus constateren dat we in ons land steeds minder in staat zijn om elkaar aan te spreken, elkaar te accepteren en rekening met elkaar te houden. Mooie voorbeelden zien we wekelijks bij de Rijdende Rechter. Daarnaast is onze maatschappij steeds ingewikkelder geworden. Steeds meer keuzes en steeds meer formulieren. En tenslotte is de dienstverlening in onze maatschappij er niet altijd beter op geworden. Veel dienstverlening zit verstopt achter anonieme callcenters.

In een anonieme, ingewikkelde maatschappij kun je snel verdwalen. Je moet sterk in je schoenen staan om je staande te houden. Hier ligt een taak voor het welzijnswerk. Signaleren, contact leggen, verbinden en aanspreken. Initiatieven ondersteunen. Eigenlijk heel basaal een stukje menselijkheid toevoegen aan de samenleving. En wat levert dat op? Wetenschappelijk best moeilijk aan te tonen. Levert het minder criminaliteit op? Zou kunnen. Voor een groot deel is het een gevoel van noodzaak en nut. Maar kan het welzijnswerk mensen gelukkiger maken, zoals veel mensen beweren? Misschien voor een deel wel, maar mensen moeten het uiteindelijk toch zelf doen.

Het is meer bijsturen en bij de les houden.

Als gemeenten moeten we ons op gezette tijden de vraag stellen of we de goede dingen doen en doen wij de dingen die wij doen wel goed. De nieuwe taken van de gemeenten nopen ons namelijk opnieuw na te denken over de inrichting van de sociale structuur in onze gemeente. We willen dit in verbinding brengen met het bestaande welzijnswerk.

Een ander element is de relatie tussen de professional en de vrijwilliger of de mantelzorger. Als gemeente moeten wij heel duidelijk aangeven waar onze wensen liggen. Alsof je aan een aannemer vraagt ‘verbouw mijn huis maar’, terwijl je natuurlijk precies moet kunnen aangeven hoe je nieuwe badkamer eruit moet komen te zien, waar de douche moet komen, waar de verwarming etc.

Uiteindelijk streven overheid en welzijnssector als het goed is, en zo heb ik het tot nu toe ook altijd ervaren, wel dezelfde doelen na. Uitgangspunt is dus nogmaals om elkaar te vinden en te versterken.

Conclusie is dat het welzijnswerk in Dalfsen er in de nabije toekomst mogelijk anders uit komt te zien, maar een belangrijke plaats blijft innemen. Maar ook in de toekomt zal de vraag: ‘wat is het rendement van welzijnswerk’ actueel blijven.

Lees ook

Aanvraag Corona Noodfonds indienen voor 15 februari 2021

Periode Noodfonds is verlengd tot en met 31 december 2020 DALFSEN – De coronacrisis treft …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.