Home / archiefcentraal / van een vader en een zoon hoofdstuk 6

van een vader en een zoon hoofdstuk 6

Mijn besluit stond vast, ik verhuisde naar het Vechtdal. Op het industrieterrein vond ik geschikte ruimte voor mijn galerie Rudo’s Toko. Een groot gebouw, dar er weliswaar gedateerd uitzag, maar nog in goede staat verkeerde.

Bovendien was er geschikte woonruimte bij, en ik hakte de knoop door. In Utrecht had ik het wel gezien, ik kon daar niet uitbreiden en ik wilde vooral dichtbij mijn vader en familie wonen.

Tante Ada fronste de wenkbrauwen toen ik haar vertelde dat ik het pand op het industrieterrein gehuurd had, en oom Evert verklaarde me voor gek. ‘Je kunt toch veel beter in het centrum zitten. Wat moet je in die afgeleefde tent? Er komt daar geen kip!’ , was zijn commentaar. Maar ik had mijn zinnen gezet op het pand, waar ik kon uitbreiden.

Een drukke enerverende tijd brak aan, want er moest wel het nodige werk worden verzet. Niet alle klanten en kunstenaars waren verrukt van het idee dat ik ging verhuizen naar Overijssel, maar kunstenaars in Overijssel vonden het daarentegen fantastisch. Zeker omdat ik uitgebreide expositie ruimte kon bieden, en bovendien ruimte wilde verhuren voor cursussen en workshops.

Ik opende Rudo’s Toko op een mooie lentedag in april, en de aanloop was enorm. Ik werd geïnterviewd door de regionale pers, en ik maakte er geen geheim van dat ik de zoon van Sjoerd Simons was. Mijn vader Sjoerd verrichtte de openingshandeling, en mijn familie was aanwezig.

‘Wat mooi dat je hier komt wonen, mijn jongen. Ik ben toch zo blij met jou’, zei mijn vader meerdere keren, terwijl hij mij op mijn schouders klopte en breed grijnsde. ‘Wat lijken jullie toch veel op elkaar, zelfs in jullie manier van lopen en bewegen’, merkte tante Ada meerdere keren op. De band tussen mijn vader en familie Simons werd steeds hechter.

Maar nog steeds waren er de vele vragen over de verbroken relatie van mijn ouders Sjoerd Simons en Jetty van Gelderen, en over de rol van oma van Gelderen hierin.

Het verlangen om haar beter te leren kennen werd groter, en ik wilde ook het huis zien waarin mijn moeder opgroeide. Ik kende haar ouderlijk huis slechts van de enkele foto’s, die mijn moeder nog had, en tante Ada gaf mij het adres.

Op een zondagmiddag reed ik naar het ouderlijk huis van mijn moeder. Ik was daar nooit geweest als kind, en mijn moeder sprak er ook nooit over. Het huis en de straat waren nauwelijks veranderd. Eigenlijk deed het mij weinig om het ouderlijk huis van mijn moeder te zien. Oma van Gelderen was jaren geleden verhuisd naar Zwolle, en zover ik wist woonde zij nog op het hetzelfde adres. Na de begrafenis van Ma had ik oma van Gelderen niet meer gezien en gesproken.

‘Rudo, ga naar je oma en wacht daar niet te lang mee. Nu leeft zij nog, en kun je haar bezoeken en spreken. Bedenk wel dat zij oud is, en waarschijnlijk niet veel tijd van leven meer zal hebben. Als zij uit de tijd is, kun je haar niet meer bezoeken en heb je spijt als haren op je hoofd. Jouw oma is wel de enige schakel met het verleden van jouw moeder. Zij zal ook antwoorden kunnen geven op jouw vele vragen ’,spoorde tante Ada mij aan.

En toen ontving ik een brief van oma van Gelderen. Een lange en uitgebreide brief, die mij twee dagen later aangetekend bezorgd werd.

Wordt vervolgd……

Lees ook

Boek van de Week: Het Rosie resultaat

OMMEN – Het boek van de week van Bibliotheek Ommen is ‘Het Rosie resultaat’ van …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.