Home / archiefcentraal / drie landskampioenen acrogym in een familie

drie landskampioenen acrogym in een familie

Piramides, torens, handstanden en veel salto’s. Het ziet er spectaculair uit, de relatief onbekende sport acrogym, acrobatische gymnastiek. In Hoonhorst woont een gezin dat er bijzonder goed in is. Lianne (18), Leon (13) en Juliët (12) van Dam uit Hoonhorst zijn allemaal Nederlands kampioen in hun eigen categorie, en zijn in het voorjaar naar het WK in de Verenigde Staten geweest. Een gesprek met een sportieve familie.

Het gezin Van Dam kwam voor het eerst in aanraking met acrogym toen Marije (16) en Lianne bij de turnvereniging zaten. Er werd acrogym gegeven in de ruimte ernaast, en dat leek Lianne wel wat. “Vooral de samenwerking leek me leuk.” Toen ze op een gegeven moment moest kiezen, omdat ze vanwege het niveau van vereniging wisselde, werd het acrogym. Zo ‘besmette’ ze ook haar zusje en broertje.

Acrogym wordt altijd in een team beoefend: Leon doet zijn oefening met een andere jongen, Juliët ook met een jongen, en Lianne vormde een team met twee andere meisjes. Je bent boven- of onderpartner, kort gezegd: je gooit of wordt gegooid. Samen doe je op een mat van twaalf bij twaalf meter een oefening van 2,5 minuut. Er zijn drie onderdelen: balans, tempo en combinatie. Voor alle elementen staat een aantal punten; voor moeilijke onderdelen krijg je meer punten. Lianne: “Het moeilijkste vind ik het onderdeel balans: dan houd je een element zoals een toren of een piramide drie seconden vast. Dat geeft meer spanning dan bij het onderdeel tempo: dan kun je lekker gooien.”

Als je het woord acrogym zegt, weten maar weinig mensen wat het is. “Je ziet het niet zo vaak”, zegt Lianne. “Het zou wel goed zijn voor de sport als het wat bekender werd; dat tilt het naar een hoger niveau.” Moeder Ina Brinkhuis voegt toe: “Ook voor de sponsoring zou dat goed zijn. Nu moet je alle kosten zelf betalen. Bij dit WK kregen de deelnemers wel kleding van de bond, maar verder moet je alles zelf betalen: tickets, hotels. En ze trainen achttien uur per week, daar is de contributie ook wel naar.”

De acrogymnasten zitten op een speciale sportschool, waardoor ze voor de lessen twee uur trainen, en erna ook nog drie uur. Achttien uur per week trainen, hoe houd je het dan leuk? Leon, die een team vormt met een andere jongen: “Er zijn niet zoveel jongens die aan acrogym doen. Maar ik vind al die meisjes geen nadeel. Des te meer keus voor mij”, lacht hij. Juliët vertelt: “Mijn allerbeste vriendinnen zitten er ook op, ik heb hen daar leren kennen.”

Lianne vond de feestjes die ze af moest zeggen soms wel vervelend. “Of als je vriendinnen vragen of je meegaat naar de stad. En dan kun je niet, want je moet trainen. Maar dat is het wel waard. Het is ook weer niet zo dat ik nooit uitging. En nu kan ik het inhalen.” Want Lianne is net gestopt met topsporten. “Ik ga verpleegkunde studeren, en ik weet niet of ik er nog genoeg tijd voor heb. Ik ben Nederlands Kampioen geworden, ik ben naar het WK geweest. Voor mij is het genoeg zo.” Ook Juliët heeft al haar doelen al bereikt, zegt ze. Maar ze heeft nog wel een droom over: “Ik hoop dat acrogym ooit een olympische sport wordt. En dan wil ik meedoen!”

Je wordt niet zomaar toegelaten op een wereldkampioenschap. “Daar werk je een heel seizoen naartoe”, vertelt Lianne. “Er zijn maar drie plaatsingswedstrijden, en als je geluk hebt nog een NK, EK en WK. En zo’n oefening doe je niet in een week. Voor mij is het natuurlijk minder eng, want ik sta op de grond. Maar voor mijn bovenpartner was dat soms wel spannend. Eerst oefen je dat in een gordel, en als je het eenmaal kunt, ga je het perfectioneren, strakker maken. Alles moet tegelijk; als je strakke muziek hebt moet je strakke bewegingen maken, bij sierlijke muziek maak je sierlijke bewegingen. Uitstraling is ook belangrijk.”

“Nederlands kampioen word je door heel hard te trainen”, vertelt Lianne. “Meestal gaat winnen of verliezen om tienden van punten. Bij ons maakten de concurrenten een fout. Voor mij was het NK een mooie afsluiting, helemaal omdat het team dat tweede werd, altijd net boven ons eindigde.”

Juliët werd dit jaar voor de derde keer Nederlands kampioen. En dat terwijl ze viel tijdens de oefening. “Mijn partner kwam na de inturntijd aanzetten, dus we konden ons niet inwerken. Dat kon je wel merken, want meestal wonnen we met wel twee punten verschil, nu maar met een halve punt. Mijn partner ving me niet op een bepaald element.” Echt enthousiast klinkt ze niet. “Ik vond het NK wel leuk, maar ik had meer met het WK. Ik was veel blijer dat mijn zus kampioen was geworden. Eigenlijk was ik blijer voor haar dan voor mijzelf.”

Leon won voor de vierde keer het NK. Toch went dat niet: “Dit jaar waren we met z’n drieën Nederlands kampioen geworden, dat was bijzonder. Het ging wel goed, al was ik wel een keer gevallen.” Dan moeten zijn zussen heel hard lachen. Leon verklaart: “Maar we hebben geen concurrentie in Nederland; er zijn niet zoveel herenparen.” En dan verdedigt hij zichzelf: “Tijdens het WK zijn we vierde geworden. En nee, daar waren niet maar vier deelnemers.”

Marije van Dam

Zus Marije (16) heeft nooit op acrogym gewild. “Daar ben ik veel te houterig voor. Ik wilde altijd al op voetbal.” Kennelijk heeft ze de sportieve genen wel meegekregen, want sinds dit seizoen voetbalt ze bij de beloften van PEC Zwolle. Op 1 augustus begonnen haar trainingen: vijf keer per week 1,5 uur, en op zaterdag speelt ze een wedstrijd. “Het gaat goed. We hebben drie oefenwedstrijden gespeeld, en we hebben ze alle drie gewonnen.” Een echt doel heeft ze niet voor ogen. “Ik wil zo ver komen als ik kan.”

Lees ook

Wim Frijling Brouwers’ Dalfsen Open tennistoernooi

DALFSEN – Vanaf afgelopen donderdag tot en met zondag werd bij DLTC Gerner in Dalfsen, …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.