Medische zorg in de Ommerschans

In de Ommerschans was vanaf het begin ook al medische zorg aanwezig. Deze was toevertrouwd aan een kwakzalver die in een hol aan de vaart vlakbij leefde. Van hieruit bezocht hij de zieken en leverde allerlei smeersels en drankjes die zogenaamd geneeskrachtig waren. Dat dit niet leidde tot gewenst resultaat mag duidelijk zijn. Goedkoop was hij wel en dat was voor generaal Van den Bosch aanleiding om hem te houden. Hij kreeg uiteindelijk een praktijkverbod.

Daarna zouden diverse heelmeesters de kolonie aandoen, maar de meesten moesten na korte tijd al het veld ruimen vanwege overmatig drankgebruik, onbekwaamheid of wanordelijk gedrag. De bekendste dokter was August Hamer die in 1843 met zijn gezin naar Ommerschans komt.

De hygienische omstandigheden in de kolonie lieten duidelijk te wensen over. Zo werden bijvoorbeeld eenmaal in de vier weken de hemdrokken van de mannen en de onderrokken van de vrouwen verschoond, de bovenkleding werd pas na de zomer verwisseld voor winterkleding. Eens in de drie maanden werd het hele lijf in een badkuip geweekt en de haren geknipt. Vanzelfsprekend waren luizen en vlooien vaste bewoners van de Ommerschans.

De mensen die naar de Ommerschans werden opgezonden hadden vaak een slechte conditie door ondervoeding en verwaarlozing. Velen leden aan 'uittering' en schurft. Volgens een van de geneesheren kwam de schurft door het eten van onder andere gebakken bokking, pekelharing, azijn enz. De scabieuzen kregen een aparte zaal en zowel een in- als uitwendig middel zoals zwavelbloemroom van wijnsteen.

In 1832 brak er cholera uit in Ommerschans. Negentien mensen kregen de ziekte waarvan er vijftien kwamen te overlijden. De meest voorkomende doodsoorzaak echter was tuberculose. De koloniale geneesheren waren ervan overtuigd dat tuberculose een erfelijke ziekte was. Deze veronderstelling werd bevestigd doordat een groot deel van de jongste kinderen al door deze 'klier'ziekte was aangetast.

Met de vaccinatie tegen pokken vanaf 1832 was de Maatschappij zijn tijd ver vooruit. Daarbij werd gebruik gemaakt van verse koepokstof of van entstof dat rechtstreeks van een rund afkomstig was. Dit was echter geen garantie dat het altijd goed ging. In 1843 heerste in de Ommerschans een pokkenepidemie, waarbij drie dochters van wijkmeester Van der Woude overleden. Het was namelijk voor de ambtenaren en ander personeel niet verplicht deel te nemen aan de vaccinatie en daardoor kon het pokkenvirus zich verspreiden.

De kindersterfte was hoog. Afgezien van de onhygiënische omstandigheden speelde het gebruik van onverantwoorde babyvoeding hierin een erg grote rol. Dat er zoveel mensen overleden is te wijten aan ongunstige omstandigheden en daarbij moet worden opgemerkt dat de Maatschappij uit noodzaak en onder druk van de regering werd opgezadeld met een grote groep van de zwaksten uit de samenleving.

Mede dankzij de aanpak in de Ommerschans leven we nu in een land met goede zorg. Ziektes zoals toen behoren grotendeels tot het verleden. Maar er is wel een keerzijde.

Medische zorg kost steeds meer; we zijn elk jaar een groter deel van ons inkomen kwijt aan de almaar stijgende zorgpremies die elke maand moeten worden opgehoest. Daarnaast wordt elke maand ook de Bijdrage Zorgverzekeringswet op loon of uitkering ingehouden en zorgen het Eigen Risico en eigen bijdragen voor bepaalde medicijnen dat zorg voor veel mensen onbetaalbaar is geworden. Velen kunnen de eerder genoemde premies en bijdragen niet meer betalen en besluiten om het bezoek aan de dokter of tandarts uit te stellen of zelfs te schrappen. De zorgtoeslag die de sommigen ontvangen lost dat niet op.

We mogen ons dankbaar prijzen dat we in tweehonderd jaar heel wat ziekten hebben kunnen verbannen, maar of ook daadwerkelijk voor iedereen adequate medische zorg toegankelijk is, is zeer de vraag!

Geja Leever
Schrijverscollectief Hardenberg

|Doorsturen

Uw reactie


Onze krant


Volg ons op Facebook


Volg ons op Twitter




Vechtdal Centraal wordt gehost door:
EG COMPUTER SPECIALISTEN

Agenda

Weer