Denne: er tussen komen

Je moet wat doen om er tussen te komen. Als je van de stad naar een klein dorp gaat. Als je bent blijven zitten. Als je een nieuwe baan krijgt. Als je voor het eerst bij je vriendinnetje thuis komt.

Ik kan zo van al die situaties een column schrijven.

Beleg je als hoger opgeleide je geld in een huis aan de rand van een dorp en meld je je gelijk aan als bestuurder van de sportclub. Om er tussen te komen. Maar het dorp zit helemaal niet te wachten op ‘zo’n kjel uut de stad’ die lekker rustig wil wonen.

Ik ben een ervaren zittenblijver en ik geloof dat ik er iedere keer wel een beetje tussengekomen ben, maar destijds dacht ik dat dat wel lukte met etaleren van kennis die ik dat jaar daarvoor al opgedaan had. Ik veronderstel achteraf dat de nieuwe klas wel doorhad dat ik beter vorig jaar wat meer kennis had kunnen vergaren.

Toen ik voor het eerst bij mijn vriendinnetje aan de voordeur dacht te staan bleek ze niet aan de Heetenseweg maar aan de Heetenerdijk te wonen.

En op mijn eerste werkdag op Windesheim pakte ik op dag 1 als eerste een tafeltje in de docenten-lunchruimte, maar nummer twee tot en met de rest gingen de minuten daarna doodleuk aan een ander tafeltje zitten. Ze deden alsof ik er niet was.

Van de week hoorde ik een mooi verhaal van een nieuwe opzichter die zijn stinkende best deed er tussen te komen. Tijdens lunchtijd schoof hij aan bij een werkploeg in het veld. Die ploeg bleek altijd even een cafeetje te pakken. De nieuwe man schoof aan en toen ze hem vroegen wat hij wilde bestellen, draaide hij dat om met ‘en jullie?’
‘Een uitsmijter en een glas bier’, zei een van hen.’
‘Drinken jullie bier in de pauze?’
‘Mag dat soms niet!’
‘Nou, doe mij dan ook maar’

Want je wilt er immers toch tussen komen.

Waarop een van de jongens de bestelling plaatste: ‘vijf uitsmijters, vier glazen melk en een biertje voor onze nieuwe opzichter.’

Denne van Knöldert

|Doorsturen