Uit Hei en Dennen: Tisweervoorbij

Eén van de mooiste zomers is aan z’n eindspurt begonnen. De regen plenst tegen de ramen en beëindigen de verwoestende droogte van akkers en velden. De vier zeer succesvolle warme Bissingh woensdagen zijn voorbij en wat hebben vooral de toeristen daar van genoten.

Kompliment voor de gemeente, die voor voldoende parkeerplaatsen en faciliteiten zorgden. De Bissinghcommissie heeft de vier woensdagen zeer zorgvuldig voorbereid en begeleid. En dan zijn we, na de bouwvakantie, weer onder ons. Geen teksten meer van schaars geklede toeristen, die elkaar in winkels vol verbazing toeroepen “Moet je kijken Mien, ze hebben hier ook eierkoeken”. Geen overvolle parkeerplaatsen en terrassen meer, Ommen en Dalfsen komen weer bij.

We hebben ze nodig hè, de toeristen. Zo gaat het al jaren, ooit begonnen met de aanhangers van Krishnamurti. Zijn bescheiden verfijnde ideologieën over een andere manier van leven trok mensen aan van over de hele wereld. Ook de padvinderij, geënthousiasmeerd door baron van Pallandt bracht Ommen onder de aandacht.

Het gewone leven begint weer. Ik heb de hitte vaak verwenst, maar zodra het waait, regent en onder de 20 graden komt, verlang ik al weer naar die eindeloze dagen van zon, warmte en buiten zitten. Iedere ochtend met de hondjes wandelen, terwijl er bijna niemand op straat loopt, verhit thuis komen en buiten ontbijten.Je beseft het allemaal pas goed als het voorbij is. Wij zijn deze zomer niet weg geweest. Waarom weggaan, als het hier al zo mooi is. Met het ouder worden komt het besef, dat weg zijn al gauw met heimwee gepaard gaat. Wij hebben iedere week elkaar gevraagd of we aan vakantie toe waren. Nee dus. We hebben immers 365 dagen vakantie en kunnen doen wat we willen.

Wel zijn we beiden druk met vrijwilligerswerk, maar dat is verrukkelijk, wat is er fijner dan plezier maken voor en met een ander. Ik ben zelden zo vervuld geweest van deze activiteiten. Vorige week was ik met één van de Oldenhaghe bewoners naar de plaats waar ze had gewoond en gewerkt. Of we even naar haar vriendin konden rijden. Tuurlijk. Daar kwamen vele familieleden, die mij opnamen in hun gesprekken en belevenissen. We dronken koffie en limonade, een kleindochtertje van drie bracht mij eikeltjes en vond me lief. Iedereen praatte dialect en wat heerlijk dat ze niet om mij, opeens in het gewoon Nederlands overstapten. Dan maakt mijn hart een sprongetje, hoera, ik hoor er bij.

Antoinette

|Doorsturen

Uw reactie