Rick: Veevervoer

Ik heb op zich geen hekel aan vliegen. Het is een veilige en snelle manier van reizen en ik heb er iedere keer weer vertrouwen in dat de piloot ons uiteindelijk weer netjes aan de grond zet, hoeveel turbulentie er ook is. Ik loop alleen tegen één probleem aan: waar laat ik mijn benen?

Vliegtuigmaatschappijen zijn druk bezig ons helemaal op te vouwen. Eind jaren tachtig hadden we nog 89 centimeter ruimte tussen onszelf en de irritante medepassagier voor ons. Maar nu is dat nog maar 79 cm en binnenkort gaat dat naar 71 centimeter. Met mijn lange stelten verheug ik me daar dus niet op.

Altijd als ik een vliegtuig binnenkom, zegt het ontvangstcomité: "pas op uw hoofd". En dat is heel attent, maar mijn hoofd is het probleem dus niet. Mijn benen wel. Die kan ik op schoot leggen bij de persoon naast mij, of in het gangpad, waar zesendertig keer per vlucht een karretje langs moet. Andere opties zijn er niet. Ze er af zagen is nogal rigoureus.

Natuurlijk snap ik het business model van die vliegtuigmaatschappijen wel. Alle stoelen een stukje opschuiven betekent namelijk weer een rijtje extra. En iedere stoel levert ze duizend euro per vlucht op. Dat Rick Evers dan niet meer lekker kan zitten, is niet zo interessant. Maar waar stopt het? Moeten we straks gaan staan en onze handen door een lus aan het plafond steken?

Als ruimte echt zo belangrijk is, waarom dan niet al die pantry's eruit slopen en stoppen met rondrijden van die karretjes. Laat mensen gewoon een broodtrommeltje mee van huis nemen. Ik heb namelijk liever tien centimeter meer beenruimte, dan zes keer per vlucht de vraag of ik een glaasje tomatensap wil.

|Doorsturen

Uw reactie