Lampie: Partyboot

Het bord Te Koop stond kort in de tuin. De geschiedenis herhaalt zich. Een jong stel ziet in de stulp naast de onze de ideale stek om te nestelen. Onwetend dat de grond in woonwijk de Dante megavruchtbaar is. Nog geen vijf jaar later kuipen er twee ‘schildpadden’ over de parketvloer en wordt het tijd om uit te vliegen. Op naar mooier, groter en nieuwer.

Een repeterend verhaal. Een jonge vrouw en jonge man liggen ’s nachts te woelen, wikken en wegen over een bod, om in de Dante met zijn tweetjes te gaan starten en binnen het jaar hoor je het schrille geschrei van een hongerige baby.

Het is een doorgangshuis, hoewel buurman Matthijs me heeft verzekerd dat het vertrek niets met mijn vrouw of mij te maken heeft. Wij zijn rustige types. Op onszelf. Gereserveerd zelfs, maar goed, die omschrijving moet je aan een ander over laten. Het is een komen en gaan naast ons. Alleen wij blijven zitten. Verroeren ons niet, houden onze adem in en stinken niet, zoals het aloude kinderspelletje ‘verstoppertje spelen’ dicteert.
Ik wil ook helemaal niet verhuizen als het er op aan komt. Maar je hebt niet altijd wat te willen. Stel ik word verbannen. Pek en veren. Dan verkas ik naar Kalenberg en koop een huis aan de kant waar de auto’s niet kunnen komen. Slechts per boot of fiets bereikbaar.

Een weldadige rust overvalt me wanneer ik hier rondstruin met mijn hengel. Meestal te voet, soms per boot. Dan laat ik me door vismaat Tonnie met een slakkengang door de gracht varen, hopend dat een snoek in de val trapt en mijn nepvis te grazen neemt. Het gevecht aangaan met de woeste rover van het zoete water is waar we op uit zijn. Tonnie navigeert en ik vergaap me aan de idyllische huisjes. Vriendelijk zwaaien we naar andere watergebruikers. Veelal kale, gepensioneerde grijsaards, vaak met een schipperspet op, een trui om de schouders gedrapeerd en met een geblondeerde echtgenote, die als ketelbinkie braaf de bevelen uitvoert haar door de kapitein opgedragen. Ach ja, een verleden als directeur laat zich niet zomaar uitwissen.

Af en toe komt de rondvaartboot van Pieter Jongschaap voorbij. Grijze permanentjes slurpen koffie of zetten gretig hun valse tanden in romig slagroomgebak. Niet zo gek dat ik vreemd opkeek toen onlangs een boot passeerde met feestmuziek. Ik zag alleen kerels, hossend met de armen om elkaar heen. Er was geen voetbal op tv, dus misschien waren ze van de herenliefde. Ze zaten ook niet aan de flesjes Heineken, maar hadden glazen wijn en blokken kaas in de hand. Herrieschoppers uit koers. Ga lekker naar Amsterdam of zo.

De lolbroek van het zooitje raadde me aan mijn pet achterstevoren op te zetten, dan dachten de vissen dat ik weg ging. Een grap, met een baard waar Methusalem jaloers op zou zijn, maar met een borrel op ging deze klassieker er soepel in op de partyboot. “Kijk es wat vrolijker vissertje”, schetterde de gelegenheidskomiek. En ik, met de duim omhoog, “veel plezier bofkonten!”

|Doorsturen

Uw reactie