Lampie: Onbetaalbare troep

Je kunt het negatief benaderen, zo van ‘die prut verhuist van de ene zolder naar de andere’, maar ik bekijk het anders. Wat voor de een rotzooi is, is voor de ander van onschatbare waarde, vol dierbare herinneringen.

Ik kijk naar wat serviesgoed. Vergane glorie. De koopman heeft vluchtig enkele bordjes uitgestald, het restant ligt in een bananendoos. Mijn fantasie slaat op hol. Ik zie een lief omaatje. De grijze lokken in een knotje. Kerstavond. Al voor de kinderen en kleinkinderen zijn gearriveerd wordt de eettafel gedekt met een smetteloos damasten kleed. Haar man zet de juskom met de gebogen schenktuit behulpzaam, maar net iets te hard op tafel. “Voorzichtig.” “Wat?” Opa is zo doof als een kwartel. Hij weigert evenwel naar de arts te gaan. “Als jij duidelijker articuleert versta ik je uitstekend”, is zijn vaste repliek. “Eigenwijze ouwe man”, gniffelt ze. De nazaten zijn in aantocht. Niets kan haar humeur bederven. Het servies is haar trots. Een huwelijksgeschenk van haar ouders.

Crème craquelé aardewerk, heeft mijn vrouw me geleerd, die als geen ander thuis is in deze materie. Ze informeert naar de prijs van dit afdankertje, terwijl enkele schalen met beleid uit de pagina’s van de Tubantia worden gerold en aan nadere studie worden onderworpen. De koopman prijst zijn waar aan en gooit termen als ‘klassiek’ en ‘tijdloos’ in de strijd. Liefdeloos in een bananendoor gekwakt is het servies echter ontdaan van zijn magie. Een gelikt verkooppraatje maakt dat niet goed. Toch zie ik in mijn verbeelding dampende bloemkool en aardappelen in de schaal liggen. Een roestig mes. Ooit sneed opa hier de rosbief mee. In plakken. Elke keer als hij kracht zette sijpelden er dunne straaltjes bloed op de bodem van de schaal, terwijl op de achtergrond Pat Boone zijn liefde voor Bernardine bezong. Dan klingelt de deurbel gaat. Oma trekt opa aan zijn mouw. Of nee, het is mijn vrouw die me de realiteit in sleurt.

“We komen er niet uit”, zegt ze en sleurt me mee richting andere koopwaar. Het servies wordt niet in ere hersteld. En zo verdwijnt het klassieke vaatwerk aan het eind van de dag wederom ergens in een stille hoek van een bedompte, stoffige loods. Ontheemd. In dezelfde doos waar het harteloos is ingepakt nadat het ouderlijk huis moest worden uitgeruimd. Snel en doelmatig, met de opkoper in aantocht. Als die het niet koopt, kan het naar de rommelmarkt. Of de kringloop. Voor de anonieme liefhebber.

We slenteren verder en moeten even wachten op een jonge vrouw die een rolstoel voortduwt. De man daarin heeft de meeste aardappelen wel op en maakt een afwezige indruk. “Kijk ’s pa.” De vrouw grijpt een schilderijtje met daarop een duif. De grijsaard strekt zijn bibberige hand uit, pakt het kunstwerkje en drukt het tegen de borst. “Wil je het hebben? Wat moet dat schilderijtje kosten”, richt ze zich tot de koopman. “Hij mist zijn duiven.” “Vijf euro”, kaatst de koopman terug, maar na een vluchtige blik op de man, “ach, laat maar zitten. Hij is er zo blij mee.” Een kofferbakverkoop zit boordevol verrassingen…

|Doorsturen

Uw reactie